Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

Geschiedenis van het Rozekruis

De gedaantewisselingen van Hermes

De Geschiedenis van de Rozekruisers-filosofie
Vanaf haar oorsprong tot in onze tijd

Inleiding: Egypte en de oertraditie

Men heeft zich vaak afgevraagd wat de oorsprong van de Rozekruisers-filosofie is. Hoewel de meeste onderzoekers het met elkaar eens zijn dat het historische begin in de zeventiende eeuw ligt, kan niettemin aangetoond worden dat het ontstaan van deze beweging in een nog verder verleden ligt. Michaël Maier was deze mening toegedaan. In zijn werk 'Silentium post clamores' (Stilte na het geraas) uit 1617, geeft hij aan dat de oorsprong van de Rozekruisers-filosofie Egyptisch en brahmaans was, voortgekomen uit de Mysteriën van Eleusis en Samotrace, en tevens afkomstig van de priesters van Perzië, de pythagoreeërs en de Arabieren. Enkele jaren na de publicatie van de 'Fama Fraternitatis' (1614) en de 'Confessio Fraternitatis' (1615) aarzelt Irenaeus Agnostus niet om in 'Le bouclier de la vérité' (Het schild van de waarheid; 1618) Adam als de eerste vertegenwoordiger van de Orde aan te duiden. De Rozekruisers Manifesten verwijzen ook naar hun bron: "Onze filosofie is niets nieuws, zij komt overeen met de filosofie die Adam na de 'val' heeft geërfd en die Mozes en Salomo in praktijk brachten."


De Oertraditie


Adam, Egypte, Perzië, de wijzen uit Griekenland en de Arabieren worden niet zonder reden in verband met de oorsprong van de Rozekruisers-filosofie vermeld. Zij verwijzen naar een denkbeeld dat vóór de opkomst ervan zeer wijd verbreid was: het grondbeginsel 'Oertraditie'. Dit begrip verscheen tijdens de Renaissance. Een tijdperk waarin het 'Corpus Hermeticum' herontdekt wordt, een verzameling mysterieuze teksen die worden toegeschreven aan een Egyptische priester, Hermes Trismegistos. Vanaf die tijd zal dit begrip van de oer-openbaring, waarvan Egypte de bakermat zou zijn geweest, een enorme weerklank vinden.

Het is niet mijn bedoeling een overzicht van de Egyptische esoterie te schetsen, maar eerder te laten zien hoe deze erfenis is doorgegeven. Een lange weg die langs een afwisselend landschap voert, verbindt Egypte met het westen. Wij zullen niet alle valleien beschrijven, want dat zou een heel boekwerk in beslag nemen. Wij zullen echter enige keren stoppen, zodat wij de oorsprong van het Rozekruis kunnen begrijpen. Voor zo'n reis leek het mij nodig een gids te volgen en Hermes leek hiervoor de meest aangewezen persoon. De geschiedenis en de mythen rond Hermes zijn immers buitengewoon rijk aan lessen over het onderwerp waarmee wij ons bezighouden.

Sinds de oudheid wordt Egypte om zijn beschaving bewonderd. Egyptische mysteriescholen waren zowel universiteit als klooster en waakten over hun kennis. Deze scholen kregen een bijzondere uitstraling toen het begrip monotheïsme er - onder beschermheerschap van Ichnaton (1353-1336) - werd geïntroduceerd. Met zijn geheimzinnige culten intrigeert de Egyptische godsdienst. In het Egyptisch pantheon geniet Thot, de god met de ibiskop, een bijzonder aanzien. Als schrijver van het goddelijk gericht wordt hij als de uitvinder van het schrift beschouwd en personifieert hij de geneeskunde, de astronomie en de magie. Hij is het licht van Ra in zijn nachtelijke gedaante en dat maakt hem tot inwijder in de mysteriën. Hij is de echtgenoot van Maät, de godin van gerechtigheid en waarheid. Deze hoedanigheden maken hem tot symbool van de Egyptische mysteriën, en dat is wellicht de reden waarom Thot al spoedig met vreemde gedaanteveranderingen zal kennismaken.


De Grieken en Egypte


Volgens Herodotus hebben de mysteriën van Griekenland veel te danken aan Egypte. De grote wijsgeren uit het oude Griekenland zochten de kennis bij de Egyptische wijzen. Velen van hen werden in hun mysteriën ingewijd en zorgden zo voor het overbrengen van de Egyptische kennis naar de Griekse wereld. De eerste van de zeven wijzen, Thales van Milete (624-548), bezoekt hun priesters en meet met Solon de piramiden op. Plutarchus zegt dat Thales de Egyptische geometrie in Griekenland heeft gebracht. Solon (640-558) gaat meerdere keren naar Egypte en spreekt daar met de priesters over filosofie. Hij brengt de verhalen over Atlantis aan de Grieken over, en Plato zal die verhalen kort daarna in 'Timaeus' en 'Critias' overnemen. Thales haalt Pythagoras over naar Egypte te gaan waar hij, volgens Jamblichus, twintig jaar in de Egyptische tempels studeerde. Na zijn vertrek vestigt Pythagoras zich in Crotona in Italië en sticht er een school waar hij onderricht geeft, zoals dat in de mysteriescholen in Egypte wordt gedaan. Volgens Apollo van Rhodos is Hermes via zijn zoon Aithalides de rechtstreekse voorvader van Pythagoras.

Diodorus van Sicilië zegt dat Orpheus naar Egypte reisde en ingewijd werd in de mysteriën van Osiris. Terug in zijn land, rond de zesde eeuw v. Chr., stelt hij nieuwe riten in: de Orphische mysteriën. Plutarchus vermeldt dat de Orphische en Bacchus­mysteriën in werkelijkheid een Egyptische en pythagorische oorsprong hebben, en Diodorus van Sicilië rapporteert dat de Atheners te Eleusis riten hebben gezien die op die van de Egyptenaren leken. In de vijfde eeuw v. Chr. bezoekt Herodotus Egypte; hij woont er de riten bij en spreekt er met de priesters. In zijn verhalen vermeldt hij de mysteriën van Osiris die te Saïs worden gehouden. De Griekse filosoof Democrites van Abdera (460-370), de ontdekker van het atoom, werd eveneens in de Egyptische tempels ingewijd en werd leerling van de meetkundigen van de farao. Plato (427-347) zou drie jaar in Egypte blijven en er door de priesters ingewijd zijn. Een van zijn leerlingen, Eudoxus van Knidos (405-355), wiskundige en meetkundige, maakte eveneens een reis naar het land van de Nijl. Hij werd er zowel in wetenschappelijk als in spiritueel opzicht ingewijd. Ook Strabo bezocht dertien jaar lang regelmatig de priesters van Heliopolis.


Thot-Hermes


Geleidelijk aan namen de Grieken de beroemdste helden en goden van Egypte over. Vanaf de tweede eeuw v. Chr. wordt Hermes, de zoon van Zeus en de nymf Maia, als een afstammeling van Thot beschouwd. Deze Egyptische god zou een zoon hebben gehad: Agathodemon, die een zoon voortbracht, Hermes genaamd. Deze Hermes, die als de tweede Hermes wordt gezien, wordt nader aangeduid met Trismegistos: de 'Driewerf grote'. Hermes is de gids van de reizigers naar de andere wereld. Zeus heeft hem gevleugelde sandalen gegeven, waardoor hij zich met de snelheid van de wind kan verplaatsen. En al spoedig worden Thot en Hermes als een en dezelfde persoon beschouwd.


Alexandrië


Met de verovering van Egypte door Alexander de Grote (in 333 v. Chr.) neemt de integratie van de Egyptische cultuur in de Griekse wereld toe. Waar de wateren van de Nijl zich met de Middellandse Zee vermengen, ontstaat in 331 v. Chr. de stad Alexandrië. Als kruispunt van de Egyptische, joodse, Griekse en christelijke cultuur wordt deze stad het intellectuele middelpunt van de Oriënt. Therapeuten, gnostici en veel andere mystieke bewegingen zullen zich rond deze stad ontwikkelen. De bibliotheek van Alexandrië brengt in haar meer dan 50.000 boeken alle kennis uit die tijd bijeen; Alexandrië is eveneens de smeltkroes waarin de Grieks-Egyptische alchimie opbloeit.

Alexandrië ziet namelijk de alchimie plotseling opkomen als voortzetting en erfenis van een zeer oude Egyptische praktijk die door het Griekse denken opnieuw geformuleerd en overgenomen werd. Het bijzondere ervan is dat een concrete universele wetenschap wordt aangeboden die vrij is van godsdienstige invloeden. De Alexandrijnse alchimisten presenteren Hermes als stichter van deze kunst; een kunst die opnieuw de antieke Traditie zal gaan uitdragen. We moeten er wel bij vermelden dat de alchimie vroeger in China en India al bestond. Van de Alexandrijnse alchimisten is Bôlos de Mendes (100 v. Chr.) een markant figuur. Hij wordt vaak voorgesteld als de stichter van de Grieks-Egyptische alchimie.

In 30 v. Chr. wordt Alexandrië de hoofdstad van de Romeinse provincie Egypte. De Romeinen voegen de Grieks-Egyptische Hermes en hun Mercurius - de god van de handel en de reizigers - samen. Mercurius-Hermes is de boodschapper van de goden, de geleider van de zielen, de gids. Rome neemt Egypte en zijn culten/erediensten gemakkelijk op. Plutarchus, een vriend van keizer Trajanus en een lid van het college van priesters van Apollo te Delphi waar hij hogepriester was, gaat eveneens de kennis zoeken aan de oevers van de Nijl. Daar wordt hij ingewijd door Clea, een priesteres van Isis en Osiris. In zijn boek 'Isis en Osiris' vermeldt Plutarchus 'de werken die de Boeken van Hermes worden genoemd' en onderstreept hij het belang van de Egyptische astrologie. Hij bericht ook dat allerlei gezagsdragers Isis tot dochter van Hermes maken.


Het Corpus Hermeticum


Drie eeuwen voor het christelijke tijdperk begint de samenstelling van wat men de 'Hermetica' noemt: teksten die aan Hermes Trismegistos worden toegeschreven. Deze geschriften worden vanaf de eerste eeuw op grote schaal verspreid. Het samenstellen van de hermetische geschriften strekt zich uit tot in de derde eeuw n. Chr., in het gebied van de Nijldelta. Zij zijn in het Grieks geschreven en gaan openlijk over de Egyptische esoterie. Clemens van Alexandrië spreekt over de tweeënveertig boeken van Hermes, die de Egyptenaren in hun ceremoniën overdroegen. Jamblichus schrijft 20.000 boeken aan Hermes toe en Seleucus en Manetho vermelden er 36.525. De beroemdste zijn geschreven tussen de eerste en de derde eeuw en vormen de zeventien verhandelingen die onder de titel 'Corpus Hermeticum' samengevoegd zijn. Zij bestaan voornamelijk uit dialogen tussen Hermes, zijn zoon Tat en Asclepius. De eerste van deze verhandelingen, 'Pimander', schetst de schepping van de wereld.

'Asclepius' is eveneens een belangrijke tekst, die de godsdienst van de Egyptenaren beschrijft en de magische riten die zij toepassen om de kosmische krachten aan te trekken teneinde de standbeelden van de goden tot leven te wekken. De 'Fragmenten van Stobeus' vormen uiteindelijk de derde groep van de hermetische geschriften. Ze bestaan uit negenendertig teksten en bevatten dialogen tussen Isis en Horus over de schepping van de wereld en de oorsprong van de zielen. Deze teksten die gewoonlijk aan Hermes Trismegistos worden toegeschreven, worden weergegeven alsof zij uit het Egyptisch vertaald zijn. In feite bevatten zij weinig authentieke Egyptische elementen. Zij dragen voornamelijk het stempel van de Griekse filosofie, maar ook van het jodendom en de Perzische godsdienst. Zij vormen geen samenhangend geheel en bevatten talloze tegengestelde leerstellingen. Later zullen wij op deze teksten terugkomen.


De Pax Romana


In de tweede eeuw sticht de 'Pax Romana' vrede in de mediterrane wereld. In die tijd heerst er een ware passie voor de beschavingen uit het verleden: die van de Hindoes, Perzen, Chaldeeërs en vooral die van de Egyptenaren, want hun tempels, waar nog diensten werden uitgevoerd, oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. De rijke Romeinen gaan in groten getale naar het land van de farao's. Apuleus, een Latijns schrijver met belangstelling voor mysteriën, gaat er ook naar toe. Hij beschrijft op zijn manier de Egyptische mysteriën voor ons in 'L'Ane d'Or' (De Gouden Ezel).

Samen met de alchimie nemen astrologie en magie een belangrijke plaats in. Claudius Ptolemeus, een Griek die in Alexandrië leefde, schrijft 'Tetrabiblios', een verhandeling die alle principes van de Griekse astrologie (van Egyptische en Chaldeeuwse invloed) in regels onderbrengt: tekens, huizen, aspecten, vier elementen. Ptolemeus is niet alleen een eenvoudig astroloog, hij is ook de astronoom aan wie wij het geocentrisme te danken hebben en de theorie van de epicycli die tot aan de zeventiende eeuw onmiskenbaar de boventoon zullen voeren. Hij heeft de astronomische kennis van Griekenland aan het westen doorgegeven. Clemens van Alexandrië (150-213), een Griekse kerkvader, tekent in 'Stromates' het portret van de Egyptische astrologen uit zijn tijd, die altijd klaar moesten staan om de vier astrologische boeken van Hermes te reciteren.

Olympiodores (vijfde of zesde eeuw) stelde de alchimie voor als een priesterlijke kunst die door de Egyptenaren beoefend werd. Uit de papyrusrollen van Leiden en Stockholm (tweede eeuw) blijken duidelijk de metallurgische procédés die verband houden met magische formules. In de derde eeuw vestigt Zosimos van Panapolis zich in Alexandrië om zich aan de alchimie te wijden. De alchemistische geschriften van Zosimos richten zich niet uitsluitend op het werk in het laboratorium; zij vermelden ook de transformaties van de ziel en nemen een mystieke zoektocht in het geheel op. Zosimos is de eerste bekende, grote alchemistische schrijver, en hij geeft deze wetenschap haar begrippen en symboliek. De alchimie neemt in de derde eeuw zo'n vlucht dat keizer Diocletianus zich zorgen maakt over een mogelijke devaluatie van de edele metalen en een edict uitvaardigt dat het toepassen van de alchimie verbiedt en de alchemistische teksten tot verbranding veroordeelt.


Het neoplatonisme


De neoplatonisten hebben veel belangstelling voor Egypte. Jamblichus (240-325), ingewijd in de Chaldeeuwse, Egyptische en Syrische riten, is een mysterieuze man. Aan de 'goddelijke Jamblichus', het hoofd van een neoplatoonse school, worden buitengewone krachten toegeschreven. Als hij in gebed zat, verhief zijn lichaam zich meer dan tien el van de grond en baadden zijn huid en kleren in een prachtig goudkleurig licht. Egypte neemt in zijn geschriften een uitverkoren plaats in. In 'Les Mystères égyptiens' (De Egyptische Mysteriën) verschijnt hij in de uiterlijke vorm van Abammon als een Meester van Egyptische priesterhiërarchie en een vertolker van de wijsheid van Hermes. Hij bevordert de theürgie en de Egyptische waarzeggerspraktijken. Later zal een andere neoplatonist, Proclus (412-485), die ook sterk bepaald werd door de theürgie, zichzelf beschouwen als deel van de 'Hermetische keten'. Hij zal een zeer grote invloed hebben op het soefisme en op christelijke denkers als John Scotus Erugiena, Meester Eckhart en veel anderen.

Dit tijdperk is vooral de tijd waarin men kan zien dat Egypte door het opkomend christendom verbleekt. Alexandrië speelt een grote rol in de verschillende controversen die het begin markeren van deze godsdienst, die Constantijn kort daarvoor had opgelegd. In de derde eeuw laten de Egyptenaren het hiërogliefenschrift los en nemen het koptische schrift over om hun taal op te tekenen. De Kopten maken de geheime wetenschappen van de farao's passend voor het christendom. Spoedig zal keizer Theodosius een edict uitvaardigen tegen de niet-christelijke erediensten; dit geeft het einde aan van de Egyptische geestelijkheid en haar ceremoniën.


De christenen ten opzichte van Hermes


Over het algemeen bestudeerden de kerkvaders graag de mythologie om er het begin van het evangelie in te ontdekken. Nog altijd dwingt Hermes Trismegistos bij hen respect af. Volgens Lactantius (250- 325) in zijn 'Institutiones divines' (Goddelijke instellingen) staat in het 'Corpus Hermeticum' de christelijke waarheid geformuleerd vóór het christendom bestond. Kerkvader Sint Augustinus (354-430) maakt in 'De Civitate Dei' (Over de stad Gods) Hermes tot afstammeling van Mozes. Hij had 'Asclepius' gelezen in de vertaling van Apuleius van Madaura. Hoewel hij bewondering had voor Hermes Trismegistos, keerde hij zich af van de magie zoals die in 'Asclepius' uiteengezet wordt. Clemens van Alexandrië vergeleek de Hermes-Logos graag met de Christus-Logos.

Met keizer Julius de Afvallige (361-363) maakt men een korte terugkeer tot de mysterieculten mee. Hij vaardigt maatregelen tegen de christenen uit en stelt opnieuw de afgodendienst in. Hij wordt door het neoplatonisme beïnvloed en looft de antieke theürgie. De terugkeer tot de afgodendienst duurt maar kort, en in 387 maakt de christelijke patriarch Theophilus een aanvang met de vernietiging van de tempels in Egypte om ze te veranderen in plaatsen voor de christelijke eredienst. Er zal desondanks op het eiland Philae een Egyptisch centrum blijven bestaan dat pas in 551 in opdracht van keizer Justitianus I gesloten zal worden. Wij kunnen vaststellen dat er tussen de eerste en de vierde eeuw, dus in de periode dat de Hermetica werd samengesteld, Egyptische tempels openbleven. Opgemerkt kan worden dat de hermetische teksten pessimistisch zijn over de toekomst van de Egyptische godsdienst, wat doet vermoeden dat zij geschreven zijn in een Egyptische omgeving door een priesterklasse die zeker nog over fragmenten van de Egyptische wijsheid beschikte, maar die onderworpen was aan het proces van hellenisering en die daardoor gedwongen werd zich op indirecte wijze uit te drukken.

Alexandrië was de plaats van waaruit de Egyptische wetenschap aan de Griekse en Romeinse wereld werd doorgegeven; deze stad vormde het centrum van een hernieuwde formulering van de antieke Traditie door de alchimie, de astrologie en de magie. Tegen de zesde eeuw echter verdwijnt dit centrum nadat de kennis ervan over een groot deel van de Oriënt verspreid was; de Arabieren nemen de toorts over.


De Sabanen


In 642 wordt de stad Alexandrië door de Arabieren ingenomen. Deze datum betekent het einde van het aanzien van Alexandrië maar vormt toch niet het begin van het overnemen van de esoterie door de Arabieren. Zij waren immers lang vóór deze tijd al met Hermes in contact gekomen. De Sabanen zijn hiervan het voorbeeld. Dit mythische koninkrijk, dat men als de plaats van het aardse paradijs zag, werd vroeger 'het gelukkige Arabië, 'Arabia Felix' genoemd. Het ging door voor het land van de feniks. Later zal Christian Rosenkreutz het bezoeken, en er wonderbaarlijke kennis vergaren. De bijbel meldt dat de koningin van dit land, de koningin van Saba, koning Salomo zal ontmoeten. Haar land wordt in de bijbel niet aangegeven, maar de koran zegt dat het om Zuid­Arabië gaat (Jemen).

De Sabanen waren vermaarde astrologen en Maimonides zegt dat deze wetenschap een vooraanstaande plaats bij hen inneemt. De Traditie wil dat de magiërs die Christus bezochten, afkomstig waren uit dit legendarische land. De Sabanen bezaten geschriften van Hermes over alchimie en het 'Corpus Hermeticum'. Het waren grote geleerden en zij introduceerden de wetenschappen in de islam, hoewel zij zich aan de zijlijn van deze godsdienst ontwikkelden. Volgens de Sabanen ging de oorsprong ervan terug tot Hermes, aan wie zij een bijzondere cultus wijdden. Zij hebben boeken voortgebracht, waarvan de inhoud, zo beweerden zij, geopenbaard was door Hermes, zoals 'Risâlat fi'n-nafs' (Brief over de ziel) en 'Institutions liturgiques d'Hermes' (Liturgische instellingen van Hermes) van Thâbit ibn Qorra, een eminent man uit het sabaeïsme van Bagdad (negende eeuw).


Idris-Hermes


De zevende eeuw geeft het begin aan van de islam. Hoewel de koran niet naar Hermes verwijst, vereenzelvigen de hagiografen (schrijvers van heiligenlevens) uit de eerste eeuwen van de islam de profeet Idris, die in de koran genoemd wordt, met Hermes en Henoch. Door deze versmelting kan de islam zich met de hellenistisch-Egyptische Traditie verbinden. In de islam wordt Idris-Hermes als een profeet maar ook als een buiten de tijd staande figuur voorgesteld. Hij wordt soms gelijkgesteld aan Al-Khezr, de geheimzinnige bemiddelaar, de wijze die Mozes heeft ingewijd en die in het soefisme een fundamentele rol speelt als manifestatie van een persoonlijk gids.

Abu Ma'shar, een Perzisch astroloog uit de achtste eeuw, die in Europa beroemd zal worden onder de naam Albumasar, vertelt een verhaal dat een stamboom van Hermes beschrijft. Deze tekst, die zich afspeelt in de Arabische wereld, onderscheidt drie na elkaar levende personen met de naam Hermes. De eerste, Hermes de Grote, zou vóór de zondvloed hebben geleefd. Hij wordt met Thot geïdentificeerd en weergegeven als degene die de mensheid de beschaving bracht, die de piramiden liet bouwen en hierin de heilige hiërogliefen van Egypte liet beitelen voor toekomstige generaties. De tweede Hermes leefde in Babylon na de zondvloed. Hij was een leermeester in de geneeskunst, filosofie en mathematica. Hij zou de inwijder van Pythagoras zijn geweest. Tenslotte wordt de derde Hermes voorgesteld, als degene die in navolging van zijn voorgangers de beschaving brengt. Deze Hermes was een leermeester in de occulte wetenschappen en droeg aan de mensheid de alchimie over.


De Smaragden Tafel


In dezelfde tijd verschijnt de 'Smaragden Tafel'; een tekst die in de Traditie van groot belang zal blijken. De oudste versie ervan is in het Arabisch en dateert uit de zesde eeuw. Het auteurschap ervan wordt toegeschreven aan Apollonius van Tyana, een filosoof en wonderdoener uit de eerste eeuw. Deze tekst heeft ons bereikt door de vertaling uit het Arabisch van Sâgiyûs, een christelijk priester te Nabloes, en de tekst staat in 'Le Livre secret de la création' (Het geheime boek van de schepping) van Balînûs (Arabische vertaling van de naam Apollonius van Tyana). In dit boek vertelt Apollonius van Tyana hoe hij de tombe van Hermes heeft ontdekt. Hij zegt dat hij in dit graf een bejaarde man op een troon aantrof die een smaragden plaat vasthield waarop de tekst van de beroemde 'Smaragden Tafel' voorkwam. Voor hem lag een boek dat de geheimen van de schepping van alle wezens en de kennis van de oorzaak van alle dingen duidelijk maakte. Dit verhaal zal later zijn weerklank vinden in de 'Fama Fraternitatis'.


De Arabische Alchimie


De rol van de Arabieren als overbrengers van de alchimie naar het middeleeuwse westen is in ruime mate bekend. Zij hebben ons ook het voor deze kunst kenmerkende vocabulaire nagelaten ('al kemia': de chemie; 'al tannur': de athanor ...). De islam heeft niet alleen overgedragen. Zoals Pierre Lory benadrukt in 'Alchemie et mystique en terre d'islam' (Alchimie en mystiek in de islamitische gebieden), hebben de Arabieren de alchimie geformuleerd in een vorm die na hen overal zal worden aangenomen. Hun alchimie is niet alleen een laboratoriumkunst, maar heeft ook ten doel de verborgen wetten van de schepping te ontsluieren, en ze bevat een mystieke en filosofische dimensie. Al maakt de Arabische alchimie aanspraak op een Egyptische oorsprong, de beoefening ervan is van oudere datum dan de verovering van Egypte door de Arabieren in 639. De Arabieren ontvingen de Griekse alchimie door de Syriërs, maar hun eerste leermeesters in deze kunst waren de Iraniërs, die de Mesopotamische esoterische tradities hadden geërfd.

De eerste bekende Arabische alchimist, prins Khâlid ibn Yazîd (?-704), werd ingewijd door Morienus, een christen uit Alexandrië. De alchimie heeft al spoedig succes in de islamitische wereld en de Griekse verhandelingen worden in snel tempo vertaald. De meest illustere figuur uit de Arabische alchimie is Jâbir ibn Hayyân (hij stierf omstreeks 815), die in het westen bekendstaat onder de naam Geber. Hij zal de fundamentele begrippen van het Grote Werk verduidelijken. Zijn bespiegelingen monden uit in een spirituele alchimie van grote betekenis. Men dankt aan hem ook talloze ontdekkingen op scheikundig gebied. Het 'Corpus Jâbirien' (De geschriften van Jâbir) zou meer dan drieduizend verhandelingen tellen, waarvan het merendeel apocrief is. Zij zijn waarschijnlijk het werk van een school die rond zijn leringen is gevormd. De Arabische alchimie zal talloze leermeesters kennen, van wie wij slechts een paar noemen: Abu Bakr Mohammed ibn Zakaraya, bijgenaamd al-Razi of Rhases (tiende eeuw), Senior Zadith (Mohammed ibn Umail al-Tamimi), ibn Umayl (tiende eeuw), Abd Allah al-Jaldakî (veertiende eeuw). Hun teksten dringen spoedig via Spanje in Europa door en zullen een diepe indruk maken op het Latijnse westen.


Magie en astrologie


In de Arabische spiritualiteit neemt de magie ook een centrale plaats in. De islam stelt een magie van letters op, die lijkt op die van de Hebreeuwse kabbala, om de geheimen van de koran te doorgronden. Verder beslaat de Arabische magie, waarvan Christian Rosenkreutz later zal zeggen dat ze niet erg zuiver was, een breed terrein: geneeskunst, astrologie, de leer van het bovennatuurlijke, et cetera. De astrologie is duidelijk aanwezig in de islamitische wereld. Hoewel de astrologie verdacht is vanwege de heidense oorsprong ervan, ontwikkelt ze zich sterk vanaf de achtste eeuw, de eeuw waarin 'Tetrabiblios' van Ptolemaeus in het Arabisch vertaald wordt. De astrologie heeft in de tijd van Al-Mansour, de tweede Abbasidische kalief (754-775), niet alles aan de Grieken te danken; ze ondergaat eveneens de invloed van de hindoes, de christenen in Syrië, de joodse Armeniërs en waarschijnlijk de Essenen. Over het algemeen speelden de diverse esoterische wetenschappen een fundamentele rol in de islam, met name bij de shi'iten, zoals Henri Corbin aantoonde. Men kan dus begrijpen waarom Christian Rosenkreutz naar de Arabische landen gaat om er de essentiële elementen te vergaren van waaruit hij de Rozekruisers Orde vorm geeft. *


De Oosterse Theosofie


Omstreeks de negende eeuw vermeldt Ibn Wahshîya in een verhandeling met de titel 'La connaissance des alphabets occultes dévoilée' (De kennis van de occulte alfabetten ontsluierd) verscheidene alfabetten die aan Hermes worden toegeschreven. Hij verwijst ook naar de vier Egyptische priesterklassen die van Hermes afstammen. Hij noemt degenen die tot de derde klasse behoren, namelijk de kinderen van de zuster van Hermes Trismegistos, 'Ishrâqîyûn' (van het oosten). Al gauw zal Sohravardî (?-1191), een van de grootste mystici uit de Iraanse islam, deze uitdrukking 'Ishrâqîyûn' in de betekenis van 'oosterse theosofen' overnemen om de meesters aan te duiden die Verlichting hebben gekend. Voor hem zijn filosofie en mystieke ervaring niet te scheiden en in zijn 'Livre de la sagesse orientale' (Boek van de oosterse wijsheid) vermeldt hij de keten van ingewijden uit het verleden, de oosterse theosofen. Voor hem legt deze ervaring een verbinding met Hermes, die hij tot de voorvader, de vader der wijzen maakt. Deze extatische filosofen, die hij kenmerkt als 'pijlers van de wijsheid', zijn Plato, Empedocles, Pythagoras, Zoroaster, Mohammed, et cetera. Buitengewoon interessant is, dat in tegenstelling tot de schrijvers die wij tot dan toe hebben ontmoet, Sohravardî niet tracht een historische, menselijke filiatie vast te stellen tussen Hermes en de wijzen uit de verschillende Tradities, maar een kosmische inwijdingsfiliatie die gebaseerd is op innerlijke ervaring.

Hermes Trismegistos heeft een omvangrijke erfenis nagelaten. De rijkdommen ervan (alchimie, magie en astrologie) vormen de essentiële elementen van de traditionele esoterie en hebben beschavingen doorstaan die Egypte trouwens altijd hebben beschouwd als de moeder van de Tradities. In de Middeleeuwen dringt deze aloude erfenis in het westen door en krijgt in de Renaissance een nieuw gezicht teneinde te vormen wat gewoonlijk met de uitdrukking 'westerse esoterie' wordt aangeduid. Deze erfenis zal zich vervolgens op een bijzondere wijze ontwikkelen en aan de vooravond van de publicatie van de 'Rozekruisers Manifesten' een kritische drempel bereiken. De Rozekruisers Manifesten zullen wij behandelen in 'Philosophia Perennis', het artikel dat na deze introductie in de geschiedenis van de Rozekruisers-filosofie volgt.

Christian Rebisse, F.R.C.
* Christian Rosencreutz is een symbolische figuur aan wie in sommige mystieke literatuur de stichting van de Rozekruisers Orde wordt toegeschreven. De Rozekruisers Orde A.M.O.R.C. ziet in hem niet de feitelijke stichter.
(redactie)

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld