Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

Baruch Spinoza

Al hadden de folteringen van de pijnbank zijn stoffelijk lichaam geteisterd en onherstelbare schade gedaan, Torrentius' geest en talent hadden onder de doorstane ellende niet aan kracht ingeboet, zoals blijkt uit een van de weinige van hem bekende werken, die hij in Engeland geschilderd moet hebben. Het is het tafereel van Jezus met de Farizeeën en de overspelige vrouw (Johannes 8: 3-11).

Dit stuk is tevens de vergelding van een groot kunstenaar. Hierin heeft hij namelijk degenen die de hoofdschuldigen waren aan zijn vervolging, afgebeeld in de gedaanten van de sinistere figuren der Farizeeën, die men zich uit het bijbelse verhaal voor de geest kan halen. Daar herkent men in de portretten de dominees Henricus Geesteranus en Dionysius Spranckhuysen en de wrede Schout van Haarlem, Cornelis van Teylingen; daar is de Doctor Jacob Hogenheym afgebeeld en vindt men de gelijkenis met de waard en waardin Schapenberch. Dit schilderij bevat bovendien nog andere bijzonderheden die voor de geschiedenis van de Rozekruisers in Holland van belang zijn. Wij komen hierop nog terug.

De veroordeling van twee van de vooraanstaande Rozekruisers, Torrentius en Coppens, was een zware, maar geen dodelijke slag voor het Rozekruiserswerk in Holland. Hun invloed, ook naar buiten, bleef nog lange tijd bestaan, zoals bijvoorbeeld in de Rederijkerskamers en bij Hollands grootste wijsgeer Spinoza. Men kan zelfs zeggen dat het Rozekruisers-ideaal verwezenlijkt is in Spinoza. Zijn ethica stond boven de geloofsverschillen van Christenen, Joden en Moslims. Het zegel van Spinoza vertoont een Roos. Hij droeg dit zegel aan een sleutel, als symbool van de toegang tot de verborgen waarheid. Spinoza wilde persoonlijk, als een ware Rozekruiser, onopgemerkt voorbijgaan; hij verbood zelfs dat zijn naam op de Ethica vermeld werd. In de Korte Verhandelingen zowel als in de aantekeningen van de Tractatus Theologico ­Politicus beveelt hij geheimhouding aan. Deze houding van Spinoza, geheimhouding en het niet vermelden van zijn naam op zijn geschriften, is volkomen in overeenstemming met de tradities van de Rozekruisers. Ook heden nog. Waar dus de Rozekruisersleringen aangeboden worden onder de naam van een bepaalde schrijver, is het gerechtvaardigd om dergelijke leringen niet als die van de Orde Rosae Crucis te aanvaarden. Wel zijn er in de twintigste eeuw boeken verschenen die door vooraanstaande Rozekruisers geschreven zijn, maar deze behandelen een of ander onderwerp van algemeen belang, gezien vanuit een Rozekruisersstandpunt, en zij bevatten niet de Rozekruisersleringen, ­kunsten en ­wetenschappen.

Torrentius was overigens niet de enige of eerste Rozekruiser­martelaar. Reeds in 1620 was Adam Haselmeyer, secretaris van Aartshertog Maximiliaan, met enige andere Rozekruisers door 'den Hogen Raad van Mechelen' als ketter en magiër levenslang tot de galeien veroordeeld en hun vereniging als "perniciosa magorum Societas" gebrandmerkt. Wassenaers Historisch Verhael vermeldt, dat in diezelfde tijd vijf broeders Rosae Crucis in Duitsland werden opgehangen. Ook in Spanje en andere landen hebben zeer velen door de eeuwen heen hun band met het Rozekruis met hun bloed bezegeld.

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld