Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

De vervolging in Holland

De Rozekruisers in Holland ontkwamen echter niet aan de vervolging waarmee in de zeventiende eeuw de vrijdenkers en zij die kennis van de hogere wetten zochten, in het algemeen bejegend werden, zoals de geschiedenis van de schilder Torrentius, een oudere tijdgenoot van Rembrandt, aantoont. In het begin uitte deze vervolging zich in vernederende kritiek. Zo verscheen in 1622 een boekje getiteld: Spieghel der Broeders van den roose kruysse, in dicht beschreven door een liefhebber der waerheyt, ons lerende dat er te Warmond lieden waren die zich voor Rozekruisers uitgaven, en wat men onder het volk van hen vertelde. Ze werden afgeschilderd als suppoosten van Satan, en als ketters en boeven (Wittemans). Ook verschenen er ongegronde verdachtmakingen in Wassenaers Historisch Verhael. Uit een antwoord op deze kritiek blijkt onder andere dat de Rozekruisers van Warmond vergaderden in het paleis van Frederik Hendrik op het Noordeinde in 's-­Gravenhage. De Rozekruisers zouden niet lang van deze vrijheid van denken, die door Sorbière zo hoog geroemd was, genieten. De protestantse orthodoxie duldde het vrije onderzoek en de wijsgerige beschouwingen der Rozekruisers buiten de Heilige Schrift om, niet. In 1624 werd door de Gecommitteerde Raden van Holland, Zeeland en Friesland aan het Hof van Holland opgedragen, een onderzoek tegen de Rozekruisers in te stellen, en er werd een oordeel over hen gevraagd aan de theologische faculteit in Leiden. Het judicium van de Leidse theologen, in meer dan 3000 woorden Latijn, was natuurlijk vernietigend. Als gevolg van dit onderzoek ontving het Bestuur van de stad Haarlem een schrijven waarin gewaarschuwd werd dat een sekte, zich noemende Broeders van den Roosen Cruce ("die daegelicx meer ende meer toeneempt ende sich selven uytstreckt") zich ook te Haarlem gevestigd had en dat deze lieden "in de religie seer erroneus ende ketters" waren. De heren van Haarlem werd verzocht, al het nodige te doen om de sekte te weren en speciaal te letten op ene Torrentius "die geseit wort wel eenen van de principaelsten ten wesen der voorsz. secte."

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld