Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

Johannes Torrentius

Torrentius werd dus aangewezen als een gevaarlijk individu, en deze jonge, vrolijke en zeer begaafde maar onvoorzichtige schilder, werd gemakkelijk het slachtoffer van de wrede, middeleeuwse vervolgingslust. Hij werd belogen en belasterd. Er werden verklaringen afgelegd en notariële akten opgemaakt van de uitlatingen die men van hemzelf of via derden over hem gehoord zou hebben, of van toasten die hij of zijn vrienden zouden hebben uitgebracht. Sommige uitlatingen waren toen al vijftien jaar eerder gedaan. In de meeste gevallen werden de verklaringen niet door getuigen ondersteund.

Torrentius en zijn vriend Coppens werden op 29 augustus 1627 gevangen genomen. Men trachtte het voor te stellen alsof de openbare mening dit eiste. Uit de geschiedenis van het proces tegen Torrentius blijkt echter, dat er andere machten waren die hem belaagden. Het is duidelijk dat zijn voornaamste vervolgers twee gereformeerde predikanten waren, namelijk de dominees Henricus Geesteranus en Dyonisius Spranckhuysen, die zorgvuldig achter de schermen bleven en anderen aanzetten tegen Torrentius te getuigen, en die zich zelfs niet ontzagen de waard en de waardin van een herberg aan te zetten tot valse getuigenis. Coppens werd verbannen. Torrentius echter werd eerst gefolterd.

Hoe onmenselijk wreed het bij die foltering toeging, blijkt uit de getuigenis van een paar mensen, die de beul uitgehoord hadden na de foltering, van welke beul verklaard werd: "dat hij ten tijde als hij den voorsz. Torrentius zoude pijnigen, hem eerst het wafelijser op zijn scheen gestelt, ende tselve wel vast toegeschroeft hadde, dat hij hem also voorts de gewichten aen sijn beenen gehangen ende de handen achter om gebonden met hulpe van Pieter Soenen, een van des Heers Officiers dienaers, hadde opgetrocken, soo sterk en veel zij met heur beyden konden. Ende bij den voorsz. Heere Officier geseyt sijnde, dat het al nog beter moste aengaen, dat hij daerop hadde geantwoordt, met zijn tweën nijiet meer te cunnen doen; datte voorsz. Heer Officier daerop buyten camer was gegaen ende noch twee andere zijnders dienaers binnen geroepen hadde, dat zij alsdoen met hun vyeren den voorsz. Torrentius hadden opgetrocken sooveel als sij konden, ende hem also een tijt langh laeten hangen. Verclaerde mede de voorsz. Scherprechter noch tegens hen getuygen als hij met Caterollen ofte met schijven pijnicht, dat sulcx langsamerhandt toegaet, oock beter ende gemackelijcker is voor de patiënt. Doch dat met sulcke fortse ende geweldich trecken als den voorsz. Torrentius aangedaan was, de leden nootsaeckelijcken vuyt malkander mosten. Ende dat hij selffs met hem medelijden hadde gehadt, alsoo hij sach, dattet een eerlijck man was."
Iemand anders schreef over deze rechtspleging als volgt: "Als noch bidden noch smeeken bij hem iets vernogt, is hij aan de Pijnbank gebracht; alwaar hij met zwaare tormenten is gepijnigt. Maar hij, als onbeweeglijk, heeft de torture uitgestaan, en als eenen anderen Socrates, zich gehouden onverwinnelijk van gemoed: zo dat zijn Rechters er niets hebben kunnen uitperssen, van 'tgeene daar zij hem mede betichten."
Op 25 januari 1628 werd Torrentius berecht. Geheel verlamd werd hij naar de terechtzitting gedragen. Er was een ontzaglijke toeloop van volk; men was van heinde en ver gekomen. Ook Jonker Lodewijk van Nassau was met zijn gevolg naar Haarlem gekomen om de rechtszitting bij te wonen. Ondertussen hadden de donkere machten die zich inspanden om het doorbreken van het Licht te verhinderen, niet stil gezeten. Ze hadden de publieke opinie bewerkt en tegen de weerloze Torrentius ingenomen. Torrentius werd extra ordinaris berecht. Waarom hij niet ordinaris berecht werd, mag wel blijken uit het van Willem van Alphen van 1682. Daar leest men: "FormulierenboekVan extra­ordinarie proceduijren werden geen notulen in de Rolle van de Procureur Generaal gehouden, als wel gedaen wert tegens dengenen daer ordinaris tegens wert geprocedeert. Alsser extra­ordinaris geprocedeert en Rechtgedaen wert op de Confessie van den Delinquant, mag denselven van de Condemnatie niet appeleren nogte reformeeren."

De stad Haarlem wilde niet, zoals uit de stukken blijkt, in een "onnodig ende oneyndelyck" proces verwikkeld worden en daarom moest Torrentius weerloos gemaakt worden. Alhoewel Prins Frederik Hendrik met een persoonlijk schrijven trachtte te interveniëren om Torrentius toe te staan ordinaris te procederen en op cautie (borgtocht) losgelaten te worden, schijnt dit op de Haarlemse Heren niet de minste invloed uitgeoefend te hebben. Maar aangezien Torrentius niet bekend had, niettegenstaande hij "met zwaare tormenten is gepynigt", waren de Haarlemse rechters enigszins met het geval verlegen. Men won toen het advies van een vijftal advocaten te 's­Gravenhage in. Hun conclusie en advies eindigt met de woorden: "Oick niettegenstaende dat dvoorsz. T. getortureerd zijnde, geene naeder Confessie hadde gedaen, alsoo hij alsdan zal werden gecondemneert nyet als confessus, maer als plenario convictus". Hij werd aldus op grond van overtuiging veroordeeld. In het proces werd niet de minste aandacht geschonken aan de tegenverklaringen van de getuigen à decharge. Torrentius werd veroordeeld wegens "insonderheyt zijne godtloosheyt, abominabele ende grouwelicke blasphemie, mitsgaders schrickelycke ende zeer schadelycke heresie, waardoor hij gecommitteert heeft onder meer andere delicten Crimen Lese Majestatis Domini ende mitsdien 't hoochste Crimen".
De eis was de brandstapel; het vonnis luidde twintig jaar gevangenisstraf. Een tweede poging van de Prins tot interventie had evenmin succes. Eindelijk wendde koning Karel I van Engeland, die een groot vereerder was van de schilderkunst van Torrentius, zich met een persoonlijk schrijven tot de Prins van Oranje, waarin hij het betreurde dat een zo zeldzaam talent verloren zou gaan. Zeer tactvol zegt de koning, dat Torrentius terecht voor zo'n enorme misdaad gestraft is, maar dat de reeds ondergane gevangenschap (twee jaar) en andere kastijdingen de justitie toch wel enigszins voldaan zullen hebben. De Haarlemse Heren wilden hun slachtoffer echter niet loslaten. Onverwachts, nu buiten de Haarlemse Heren om, tekende de Prins het pardon. Torrentius werd hofschilder van Karel I. Hij bleef tot 1642, dus twaalf jaar lang, in Engeland, maar de folteringen hadden zijn lichaam gebroken. Van de eens schitterende verschijning was slechts een wrak over toen hij naar Amsterdam, naar zijn moeder, terugkeerde. Hij kwam thuis om te sterven. Op 17 februari 1644 werd zijn stoffelijk overschot in de Nieuwe Kerk begraven.

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld