Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

Symboliek in de schilderkunst

Door het feit dat zijn connectie met de Rozekruisers in het eigenlijke proces tegen Torrentius niet werd aangevoerd, is er twijfel gerezen of hij inderdaad Rozekruiser was. Deze twijfel wordt echter weggenomen door de geheime tekens die op zijn schilderijen voorkomen. Evenals heden ten dage de leden van de Orde die een bepaalde Graad bereikt hebben, aangeduid worden met FRC en er bijvoorbeeld in Amerika ook nog de titel KRC in gebruik was, zo bestonden overeenkomstige titels ook in de Orde in de tijd van Torrentius. In een stilleven dat in 1614 geschilderd is, toen hij dus vijfentwintig jaar oud was, komen de tekens ER+, ofwel Eques Rosae Crucis (Ridder van het Rozekruis) voor. In plaats van de letter C werd het kruisteken + gebruikt ter meerdere versluiering. Dit werk bevat nog meer bijzonderheden die de meester met de Orde Rosae Crucis identificeren. Zo worden in de compositie de Rozekruiserssymbolen cirkel, gelijkzijdige driehoek en kruis teruggevonden, terwijl het geheel een embleem van de matigheid voorstelt: een der Rozekruisersvoorschriften. Op een muziekblad, in dit stilleven uitgebeeld, komen de volgende woorden voor:

ER+ wat bu­ten maet be­staet
int on­maets quaat ver­ghaat.

Dat het waarschijnlijk is dat Torrentius zich ook met het geneeswerk van de Rozekruisers heeft beziggehouden, blijkt uit een brief die aan hem gericht was, en die bij zijn gevangenneming onder zijn in beslag genomen bezittingen werd gevonden. Deze brief werd als bezwarend getuigenmateriaal tegen hem gebruikt. Er stond onder andere in: "Voort hoor ick dat ghy met weinich cruit wt U gevest ial oock met een woort de sieckte der menschen doch verdrieven welcke dingen, soo ick se wt lofweerdighe persoonen gehoort hebbe, doch mij boven maeten verwonderen, bemercke dan datter van twee dinghen één in U.L. moeten zijn, 't sij die crachte Godts of de listicheyt des Satans."

Sinnepoppen (1614) van Roemer Visscher is waarschijnlijk de populairste emblemenbundel uit de Gouden Eeuw.

Ook bij Roemer Visscher komen, in het titelvignet van zijn Sinnepoppen, de tekens ER+ voor, eveneens versluierd, in de woorden Elck wat Wils +. Daar vindt men de E in Elck, terwijl de R is verscholen in de versierde W, en het teken + de plaats inneemt van de punt aan het eind van de zin. De voorstelling van de figuren onder de woorden van het titelvignet, namelijk een wijnkan, een glas ­ een 'roemer' ­ en een waterkruik, is bijna geheel gelijk aan het besproken stilleven van Torrentius en ook hier is weer in deze voorstelling, behalve het devies van Roemer Visscher en de aanduiding van zijn Rozekruisersschap, een Rozekruisersbeginsel uitgedrukt, namelijk verdraagzaamheid. Uit een en ander valt het niet moeilijk te concluderen dat Roemer Visscher en Torrentius beiden tot de hoofdpersonen in de Rozekruisers Orde behoorden en het is zeer waarschijnlijk dat Torrentius van Roemer Visscher, die veel ouder was, zijn vooruitstrevende ideeën overgenomen had.

Er is nog een vermeldenswaardige bijzonderheid ter ondersteuning van het voorgaande. In het schilderij van de overspelige vrouw, waarin Torrentius Jezus afbeeldt met de vinger schrijvende in de aarde, geeft hij de initialen R V, als met Jezus' vinger geschreven, terwijl hij aan de kop van de R, in de nog natte verf een roosje tekende. Wij hebben reeds gezegd dat in de compositie van het besproken stilleven van Torrentius de Rozekruiserssymbolen cirkel, gelijkzijdige driehoek en kruis verwerkt zijn. De volmaakte compositie van zijn werk heeft de aandacht getrokken, evenals dat met het werk van Rembrandt het geval was. Een der belangrijkste ontdekkingen op het gebied van de oude schilderkunst is het feit, dat er oude meesters waren die volgens een meetkundig systeem te werk gingen bij het bepalen van het formaat en de compositie van hun schilderijen. Deze bijzonderheid werd door een zekere De Haas aan het licht gebracht. Zijn onderzoekingen toonden aan, dat de meetkundige Rozekruiserssymbolen niet alleen aan de schilderijen van Torrentius ten grondslag liggen, maar ook aan sommige werken van Rembrandt, onder andere aan de Nachtwacht. Daar er zeer zeker verscheidene oude meesters waren die tot de Rozekruisers Orde behoorden, is de conclusie niet ongerechtvaardigd dat de genoemde wijze van werken tot de Rozekruiserskunsten en ­wetenschappen behoorden. De gedachte aan een verband tussen Rembrandt en de Orde wordt nog versterkt door het feit dat op de Nachtwacht op de voorgrond oorspronkelijk een rode roos geschilderd was, die Banning Cocq liet verdwijnen en waarvoor hij op Lunduns kopie (in het Brits Museum) een oranjeappel in de plaats liet schilderen. Het is ook aan te tonen dat de meetkundige grondslag van de compositie van de Nachtwacht gebaseerd is op de reeds eerder genoemde Rozekruiserssymbolen.

 

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld