Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

Over TMO

Het pad van de Martinist

De Traditionele Martinisten Orde is een inwijdende Orde met als essentiële doelstelling het voortzetten van de joods-christelijke esoterie. Martinisten bestuderen de geschiedenis van de mens vanaf zijn emanatie uit de Goddelijke Onmetelijkheid tot aan zijn huidige toestand, evenals de betrekkingen die hem met God en de natuur verenigen. Want volgens de Onbekende Filosoof: 'kunnen wij ons alleen lezen in God Zelf en ons alleen begrijpen in Zijn eigen Luister'. De mens heeft de vergissing begaan zich van God te verwijderen en in de materiële wereld te vallen. Daardoor is hij in zekere zin in de spirituele wereld ingeslapen en ligt zijn innerlijke Tempel in puin. Hij moet deze dus opnieuw opbouwen want hij heeft zijn eerste macht verloren; ondanks alles bewaart hij hiervan de kiem en hoeft hij deze alleen maar vrucht te laten dragen.

In Le Ministère de l’Homme-Esprit zegt Saint-Martin ons: 'Mens herinner je een moment je oordeel. Je wil je wel verontschuldigen voor een moment van nog steeds niet erkennen van je sublieme bestemming die je in het universum zult hebben te vervullen: Maar tenminste zou je niet blind moeten zijn voor de onbeduidende rol die je vervult tijdens de korte tussenperiode die je vanaf je wieg tot aan je graf doorloopt. Werp een blik op wat je tijdens dit traject bezighoudt. Kun je geloven dat je je voor een zo nietszeggende bestemming uitgerust met zulke eminente vermogens en eigenschappen zou vinden?' Deze paradijselijke staat terugvinden, die van hem een Gedachte, een Woord en een Daad van God maakt, dat is de zoektocht van de Martinist, die van de Reïntegratie.

 

De Mens van Verlangen

In zijn huidige toestand is de mens in een toestand van verbanning. Niets hier beneden kan hem volledig tevreden stellen. De materiële wereld brengt hem wel degelijk voldoening, plezier en vreugde. Maar in het diepst van zichzelf weet hij dat het geluk dat hij nastreeft, niet van deze wereld is en zich elders bevindt. Hij voelt min of meer bewust ook de heimwee naar de luisterrijke staat die de oorspronkelijk zijne was, vandaar een zekere melancholie. Wat het Martinisme betreft, is iedereen die ernaar verlangt deze melancholie te begrijpen en zijn oorspronkelijke zuiverheid terug te vinden, een Mens van Verlangen. Zijn verlangen, dat is het verlangen naar God. Saint-Martin zei hierover: 'Er is niets zo gangbaar als begeerte en niets zo zeldzaam als verlangen'.

Een Mens van Verlangen te worden, dat is zijn innerlijke Tempel opnieuw willen opbouwen en zijn Goddelijke staat reïntegreren. De Martinist steunt op twee pijlers om dat te bereiken: inwijding en onderricht. De eerste geeft het begin aan van zijn pad op de weg van het hart want dat is het moment waarop hij de kiem van Licht ontvangt die het fundament vormt van zijn innerlijke reïntegratie. Dat is ook het bevoorrechte ogenblik waarop hij zijn Inwijder ontmoet en waarop hij tot de Martinisten-filiatie zal worden toegelaten die van hem een schakel maakt in de keten inwijdingen die teruggaat op Louis-Claude de Saint-Martin. We moeten vermelden dat deze inwijding in een Martinisten Tempel moet worden verleend om naar behoren te worden erkend en van het nieuw geïnstalleerde lid een waar Ingewijde te maken.

Hoewel de Martinisten inwijding een onmisbare inleiding is, is deze slechts de aardse weergave van een transcendentale inwijding die Saint-Martin de centrale inwijding noemt en die hij aldus definieert: 'Deze inwijding is de inwijding waardoor wij het hart van God kunnen binnentreden en het hart van God in ons hart binnenlaten om er een onverbreekbaar huwelijk te sluiten… Er is geen ander mysterie om tot deze heilige inwijding te geraken dan steeds verder in onszelf weg te zinken tot in het diepst van ons wezen en niet op te geven tot we erin geslaagd zijn daaruit de leven gevende wortel te halen; door wat dan alle resultaten die we al naar onze aard zullen meevoeren, op natuurlijke wijze in ons en buiten ons zullen optreden'.

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld