Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

De Onbekende Filosoof

Louis-Claude de Saint Martin

Niettegenstaande verschillen in ras, nationaliteit en taal bestaat er in de grote familie van volkeren onder de spiritueel verlichte mensen de tendens naar elkaar toe te trekken. Verwante zielen die de vervulling van hun mens-zijn zoeken, kunnen dit niet alleen op het fysieke vlak bereiken. Zij streven het vervolgens na in de hogere regionen waar hun diep verlangen hen naar het ware heiligdom van de Levende God voert. Deze reizigers herkennen elkaar via zichtbare en onzichtbare tekens en ontdekken de graad van ontwikkeling en wedergeboorte zoals die werkelijk is bereikt. Bij sommigen van hen die een geestelijke nabijheid ervaren, wordt de onderlinge band zo hecht dat zelfs de 'dood' geen belemmering meer voor hen vormt.

Een spiritueel bij elkaar horende familie is niet altijd ook op het aardse niveau verenigd, maar elk van de leden ontdekt vroeg of laat de sporen die zijn nagelaten en vindt baat bij de spirituele verworvenheden van zijn voorgangers. Iedereen op de weg naar zelfontwikkeling is gericht op kennis van zijn Zelf en streeft ernaar het transcendentale, eeuwige beeld dat binnen in hem verborgen is, te onthullen; iedereen tracht de goddelijke gedachte die in hem is neergelegd te ontrafelen teneinde zijn hoogste en zuiverste manifestatie te bereiken.

Hier kan men goed de volgende woorden van de bijbel citeren: "Zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal worden opengedaan." Hij die waarachtig verlangt, volhardend zoekt en er met alle kracht van zijn ziel naar streeft het goddelijke ideaal te bereiken, zal zeker steun vinden.

Inderdaad, de moedigen veroveren het koninkrijk der hemelen door de tegenstand van de lagere instincten van de natuur te onderwerpen, door elk compromis af te wijzen en steeds hoger te reiken naar het koninkrijk van licht en vrijheid. Louis-Claude de Saint-Martin was een dergelijke ridder die op de queeste naar Licht geconcentreerd was. Hij wordt erkend als een van de grootste mystici van Frankrijk, maar zijn levenswerk is niet alleen aanwezig in de boeken die hij schreef. Zijn hele bestaan was gewijd aan de idee van een grote wedergeboorte van de mensheid, en hij wekte een diepe echo, die niet alleen in Frankrijk maar in het gehele oosten en westen van Europa weerklonk. Wij vinden sporen van zijn invloed in het creatieve werk van onze profetische dichters, met name bij Adam Mickiewicz.

Om De Saint-Martin te kunnen begrijpen, moet men zich in zijn werk verdiepen, zijn enorme correspondentie doorspitten, zijn biografie bestuderen (gepubliceerd door Papus, Matter, Franck en anderen) alsmede de vele beschrijvingen - vaak verwrongen en onjuist - van talloze auteurs en critici. Een oplettend toeschouwer zal geen moeite hebben, de echte De Saint-Martin te ontdekken en zich een beeld te vormen dat niet vertekend wordt door overbodige en onjuiste overwegingen.

Zijn ware Zelf doorliep een groot aantal ontwikkelingsfasen. Hij was een volgeling van Martinès de Pasqually - die socioloog, magiër en mysticus was - en hij was tevens ingewijde in diens esoterische wetenschap. Wij zien in de titels van zijn opeenvolgende boeken de sporten van de ladder die De Saint-Martin beklom: 'De mens van verlangen', 'De nieuwe mens' en 'De taak van de spirituele mens'.

De Saint-Martin's belangrijkste karaktertrekken waren mannelijke energie en krachtige activiteit, met daarnaast een vrouwelijke, zuivere gevoeligheid en een aangeboren verfijning. Zijn onversaagde en standvastige houding wanneer hij zich sterk maakte voor de verdediging van de door hem verkondigde idealen - als het ware onderbouwd door zijn levenswijze - deden hem vaak onbuigzaam overkomen, zelfs tegenover vrienden. Maar hij was zelf de eerste die hieronder leed. Met een tederheid die uit zijn hart kwam, trachtte hij de pijn te verzachten die hij, zonder dat hij dit kon verhinderen, aan anderen toebracht.

De mystiek van De Saint-Martin was niet abstract en stond niet ver van het leven af. Hij probeerde in de diepten van de Godheid zelf af te dalen en met het licht van kennis alle aspecten van het leven te verlichten. In het perfecte evenwicht tussen wet en plicht - de harmonie van de door hem verkondigde idealen van het leven van alledag - had hij het geheim van het geluk op aarde ontdekt. Hij was van mening dat het samenleven van verschillende mensen op broederlijkheid gebaseerd zou moeten zijn: deze zou tot de spirituele gelijkheid van allen leiden en ook tot de vrijheid die het natuurlijke gevolg is van deze principes van broederlijkheid.

De leerstelling van De Saint-Martin is helder en eenvoudig. Zijn waarheid kan gemakkelijk bevat worden door elke mens van goede wil, omdat de Franse mysticus eerst kennis van de goddelijke wetten had verworven en in navolging hiervan zijn doctrine vorm gaf. Door middel van zijn werk wilde hij graag het licht van kennis verspreiden dat hem door openbaring was geschonken. Toch zette angst voor eventueel misbruik door het volk - dat onvoorbereid of van kwade wil was - hem ertoe aan, de esoterische sluier van symbolen te gebruiken wanneer hij waarheden behandelde die bestemd waren voor de ingewijden. Zijn levenswerk maakte zijn naam niet alleen in zijn eigen land, maar in de hele wereld onsterfelijk, daar de straal die uit de bron van het universele licht voortkwam, onweerstaanbaar voor de gehele mensheid schijnt.


Vroege jaren


De Saint-Martin werd op 18 januari 1743 in Amboise geboren. Er is zeer weinig over zijn jeugd bekend. Zijn moeder stierf jong en dit verlies moet een grote invloed op de vorming van zijn persoonlijkheid hebben gehad. Hieruit kwamen de overmatige gevoeligheid, de stroom van gevoelens op zoek naar respons en de zachtheid van zijn verfijning voort. Zijn vader en hij begrepen elkaar niet en zelfs al in de vroege jaren van De Saint-Martin's activiteiten werden botsingen onvermijdelijk. Er is niet veel bekend omtrent zijn broers, maar er schijnt ook in deze verwantschap weinig harmonie te hebben bestaan. Verdriet tekende zijn vroege jeugd, maar zijn reactie hierop vertoonde meer kracht dan zwakte.

Tegen de achtergrond van een niet al te vreugdevolle jeugd kwamen in de ziel van het kind verlangens naar een hoger leven op. Een gebrek aan liefde in zijn familiekring zette hem ertoe aan, de liefde van God te zoeken. De brieven van De Saint-Martin vertellen ons hoe gewetensvol hij probeerde zijn plicht tegenover zijn vader te vervullen, zelfs toen dit ten koste van grote opofferingen ging en de plannen doorkruiste die hij voor zijn toekomst had gemaakt. Nadat hij de middelbare school doorlopen had, wilde zijn vader dat hij rechten ging studeren. De Saint-Martin gehoorzaamde aan deze wens. Toch was hij er al snel van overtuigd dat het onmogelijk was deze richting te blijven volgen. De complexiteit en de relativiteit van het recht gingen tegen de kern van zijn karakter in. Hij zocht naar een ander soort van wet.

In deze periode van zijn leven kon hij zijn weg nog niet duidelijk onderscheiden. Het ontbrak hem nog aan bewuste wilskracht, vandaar ook zijn tweede vergissing: zijn toetreding tot het leger. Ook deze fase duurde niet lang, maar nu begon er iets uit te kristalliseren in het innerlijk van zijn wezen. Er leek een deur open te gaan naar een magische tuin waarin hij zijn levenstaak zou beginnen. Hij maakte kennis met monsieur De Grainville die net als hijzelf officier was, maar ook met De Balzac. Beiden waren leerlingen van Martinès de Pasqually. Hun verstandhouding werd steeds hechter en De Saint-Martin werd ontvangen in de binnenste cirkel. Hij werd ingewijd en werd de uitverkoren leerling en de secretaris van Martinès de Pasqually.

De Saint-Martin verliet het leger en wijdde zich volledig aan dit werk. Het idee van de 'reïntegratie van de mensheid' dat Martinès de Pasqually naar voren bracht, sprak hem sterk aan. Loyaal en met grote inzet begon De Saint-Martin alle opdrachten van zijn meester uit te voeren. Hij bestudeerde zijn theorie en onderwierp zich aan de theurgische praktijken die hem werden aanbevolen.


Belangrijke invloeden


Er kwam een keerpunt in het leven van De Saint-Martin toen hij de 'Onbekende Boodschapper' (L'Agent Inconnu) ontmoette. Dit was een wezen dat tot de hogere spirituele niveaus behoorde en zijn stempel drukte op de loge in Lyon. De Saint-Martin werd er in het bijzonder door geïnspireerd. Nu begon de individualiteit van De Saint-Martin uit te kristalliseren, waardoor hij meer en meer geïnteresseerd raakte in het gezamenlijke werk in de Loges en in de nieuwe persoonlijke contacten, zoals bijvoorbeeld met het Mesmer Genootschap en de talloze Engelse, Italiaanse, Poolse en Russische occultisten uit die tijd. Vriendschappen met vrouwen speelden een belangrijke rol in het leven van De Saint-Martin. De geest van deze vriendschappen was levendig en enthousiast, en leek voort te komen uit een behoefte aan spirituele gemeenschap met de pool van het eeuwig vrouwelijke. De Saint-Martin zei gewoonlijk dat hij alleen voor het spirituele leven geboren was; hij trouwde nooit.

Zijn biografen sommen een reeks op van prominente vrouwen uit die tijd met wie De Saint-Martin omging. De Gravin de Bourbon, Madame de Bry, Madame de Saint-Dicher, Madame de Polomieu, Madame de Brissac en anderen. Vanwege haar spiritualiteit en grote intelligentie speelde Madame de Boecklin een belangrijke rol in het leven van De Saint-Martin; zij inspireerde hem ertoe de werken van Jacob Boehme te lezen. De voorgaande jaren waren slechts een voorbereiding geweest, want nu opende zijn ziel zich als een bloem. Het licht van spirituele kennis stroomde vanuit de werken van Boehme in het voorbereide innerlijk van De Saint-Martin en gaf zijn taak een ongewilde glans. Hij voelde een nieuwe overvloed aan bewustwording, een vrij zijn van de belemmerende invloed van de buitenwereld, waarna alleen een gebied voor werk, en ruimte voor vruchtbare dienstbaarheid overbleef.

De Franse revolutie beroerde hem niet. Als hoog ingewijde kon hij de betekenis van grote gebeurtenissen gemakkelijk ontwarren, maar hoewel hij meevoelde met het enorme lijden waarmee Frankrijk overstelpt werd, probeerde hij nooit de beslissingen van het noodlot te keren, zoals volgens Cazotte - een man van hoge morele normen en een mysticus met wie hij in contact stond - andere ingewijden wel deden. Toen de dood Parijs overschaduwde en zijn klauwen naar slachtoffers van adellijke geboorte uitstrekte, voelde De Saint-Martin zich veilig in deze stad, terwijl hij hulp verleende aan de behoeftigen zonder te vrezen voor zijn eigen leven dat hij aan God had toevertrouwd. Toen hij gedwongen werd naar Amboise te vertrekken, bleef hij daar tot het eind van zijn dagen, terwijl hij zijn werk corrigeerde en voltooide. Hij stierf op 13 oktober 1803.

De leerlingen van De Saint-Martin zeggen dat de laatste momenten van zijn leven extatisch waren. Licht omringde en verheerlijkte hem. Hij had al op een ander niveau geleefd en bewees dat de dood van een mysticus en ingewijde vrij is van angst voor het onbekende. Voor een bevrijde ziel is de dood het afschudden van de beperkingen der materie, het terugkeren uit de ballingschap en de hereniging met de hemelse Vader.


De Opdracht


Na het bestuderen van de beschikbare documenten, zullen wij de fasen van ontwikkeling van De Saint-Martin nauwkeuriger uiteenzetten. Zijn ziel trachtte zich in het uiterlijke leven te manifesteren op een manier die overeen kwam met dat waarnaar hij hunkerde en met zijn vage verlangens. Zijn ontmoeting met De Grainville en De Balzac veranderde zijn gehele leven. Hij leek een duidelijke richtlijn te krijgen omtrent de toekomstige tendens van zijn leven. Vanaf zijn vroege jeugd was hij gereed geweest zich enthousiast te onderwerpen aan de innerlijke verplichting. Zijn uiterlijke aard werkte nooit tegen. Het leek een vooruitzien op zijn taak te zijn die totale afwijzing van zijn lagere natuur vereiste, een overeenkomst in dienst van waarheid, bescheidenheid en nederigheid.

Martinès de Pasqually was de eerste leraar van De Saint- Martin. Zijn belangrijkste idee over de 'reïntegratie van de mens' - dat wil zeggen, de terugkeer van de mens naar zijn oorspronkelijke staat, vóór zijn val in de stoffelijke wereld der verschijnselen - voerde De Saint-Martin mee. Diep onder de indruk van de grootsheid van waarheid en schoonheid wijdde hij zich bereidwillig aan alle noodzakelijke studie en de vereiste praktijk. In de school van Martinès in Lyon voerde de weg naar illuminatie via de beoefening van ceremoniële magie. Het uiteindelijke doel was de vereniging met God. Martinès de Pasqually stichtte in Lyon een gemeenschap met de naam 'Elus Cohens'. In deze tijd werd onder de noemer van de zogenaamde magie veel interesse gewekt voor esoterische vraagstukken. Onder de leiding van Villermoz, met wie De Saint-Martin goed bekend raakte, breidde de Loge van Lyon zich uit.

De leerstelling van de magie en de theurgie van Martinès leken Villermoz de juiste weg. Het was zijn taak het Illuminisme in Frankrijk te verbreiden. Hij waardeerde samenwerking. Het nastreven van gemeenschappelijke doelen bracht deze twee leerlingen van Martinès bij elkaar, maar hun verschil in karakter en psychische structuur kwam al snel aan het licht. Na onenigheid over de vraag welke methoden naar het uiteindelijke doel zouden moeten leiden, gingen zij uiteen. Villermoz koos de mentale weg die een intellectuele ontwikkeling vereist, en vond de uitdrukking ervan in de ceremoniële magie. De Saint-Martin daarentegen koos de weg van het hart en vond zijn uitdrukking in de pure theurgie. Hij vond magie onwenselijk omdat het de individuele wilskracht vergroot, die vaak tot trots leidt. Deze trots dringt het innerlijk onmerkbaar binnen en veroorzaakt misschien niet een val, maar toch een struikelen op de weg naar wedergeboorte.

De theurgie daarentegen die door De Saint-Martin erkend werd, ontwikkelt een steeds diepere nederigheid; door gebed en smeking wordt de band met God versterkt. Nederigheid en eenvoud waren de twee belangrijkste trekken van De Saint-Martin's karakter, waardoor hij het vertoon en de overdaad meed die de loges bij voorkeur gebruikten. Hij zocht naar een directe en eenvoudige uitdrukking van de ervaringen van de ziel. Hij wilde voor alles de kostbare essentie zien en aantonen die na de vereniging met de hogere machten achterbleef. Een belangrijk punt in de ontwikkeling van De Saint-Martin was zijn contact met de zogeheten 'Onbekende Boodschapper', wiens doorgegeven leringen een diepe indruk op hem maakten. Rond deze tijd schreef hij zijn eerste boek: 'Over dwalingen en waarheid'. In al zijn doeleinden altijd pogend zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen, ondertekende hij dit boek met de naam 'de Onbekende Filosoof'.

Dit bezielde werk veroorzaakte door zijn ongewone strekking veel discussie, vooral in de kringen van de Illuminati. De stelling van het werk was, dat de mens door de kennis van zijn eigen aard kennis van zijn Schepper en de hele schepping kan verwerven. Hij kan tevens kennis van de fundamentele wetten van het universum verkrijgen die in de door mensen geschapen wet gereflecteerd worden. In dit licht werd het belang van de vrije wil aangetoond - de fundamentele verworvenheid van de mens - die, wanneer hij verkeerd toegepast wordt, tot de val van de mens leidt, en goed toegepast tot verlossing en verheffing in de geest voert.

De 'Onbekende Boodschapper' was in de loge van Lyon actief, en er werden afschriften van zijn leringen gemaakt. De Saint-Martin nam deze leringen enthousiast op en toen hij met het verstrijken van de tijd zelf de Verlichting ontving, wilde hij deze delen met de leden van de loge in Lyon. Verbijsterd en gestimuleerd door het licht van zijn kennis verwachtte hij van de kant van zijn broeders dezelfde reactie. Wat was de teleurstelling groot en pijnlijk toen hij stuitte op een kille en wantrouwende ontvangst van de kant van de aanwezigen. Dit bleek een enorme ervaring te zijn, omdat hij zich voortaan de zware verantwoordelijkheid realiseerde van het onthullen van hogere waarheden aan hen die onvoorbereid zijn. Deze slag trof via hem de Grote Bemiddelaar en was daardoor nog veel pijnlijker.

Als reactie hierop ontwikkelde De Saint-Martin een grote terughoudendheid, een vrees om hogere kennis door te geven. Hierin ligt de verklaring voor een bepaalde versluiering die het licht in zijn werk verhult. Hij nam blijkbaar de pythagorische zegswijze over: 'De mens heeft slechts één mond en twee oren'.

Het dagelijkse leven van onze 'Onbekende Filosoof' was een levend web waarop de draad van zijn innerlijke leven het ontwerp borduurde. Voor de perfectie ervan wist hij elke gebeurtenis - gelukkig of ongelukkig - te gebruiken: hij vond in alles een verborgen lering. De Saint-Martin ontdekte de grote waarde van stilte, een toestand die noodzakelijk is om van inspiratie verzekerd te zijn. Stilte was immers een mantel die de onzichtbare wereld voor ontwijding beschermde. Toch was deze scholing in stilte zwaar voor een mysticus met zijn temperament, wiens ziel er boven alles naar verlangde, licht te laten schijnen in de schemering van de onwetendheid.

Een dor dogma kon de creatieve stroom van zijn innerlijk leven slechts belemmeren - stilte kon zijn activiteit niet inperken, maar diende hem, doordat hij het spirituele goud woog voordat hij het aan de leerling prijsgaf.

In zijn volgende boek 'Tableau Naturel (...)' (Het natuurlijke schema (...)), behandelt de auteur de relatie tussen God, de mens en de natuur. Door zijn val in de materie werd de mens beroofd van zijn hogere karaktereigenschappen en middelen. Deze val was zo diep dat hij zich niet meer bewust was van zijn oorspronkelijke natuur, zoals die bestond voor de val, en die een weerspiegeling van het beeld van God was. De mens moest zich onderwerpen aan de wetten die in de fysieke wereld heersen. Door zijn val stelde de mens zich buiten het kader van zijn rechten en was hij niet langer een schakel tussen God en de natuur. De mens bezit hogere psychische eigenschappen die de zintuigen en de natuurkrachten kunnen onderwerpen, indien hij onafhankelijk wordt van de drukkende last van zijn zintuigen zonder voorbij te gaan aan de mogelijkheid deze dienstbaar aan hem te maken om het bereik van zijn kennis te vergroten.

Als regel bezit de mens de eigenschap om recht, orde, eenheid, wijsheid, rechtvaardigheid en kracht van een hogere kwaliteit op te merken. Door zichzelf te onderwerpen aan de werking van zijn wilskracht kan de mens naar de bron van alle kennis - die nog steeds in hem aanwezig is - terugkeren. Hij kan de eenheid herstellen die aan alles ten grondslag ligt. De wedergeboorte van de mens werd mogelijk gemaakt door het offer van de Verlosser, en vanaf dat moment kan ieder mens er deel aan hebben de oude orde te herstellen en kan hij terugkeren tot de oude wetten die ieder wezen ten dienste staan.

De Saint-Martin was een vurig tegenstander van het atheïsme en het materialisme, die in geheel Europa wijd verbreid waren. In het Licht van deze periode kan men de volle individuele rijkdom van de Onbekende Filosoof in beschouwing nemen. Hij verenigt de kennis die hij in de onzichtbare wereld verwierf, met de kennis van zijn denkvermogen. Deze combinatie leidde tot de volledigheid van zijn leringen, die zich uitstrekken tot alle problemen rond de voorwaarden van de ontwikkeling van individuen, gemeenschappen en naties. In deze tijd was hij onvermoeibaar bezig en legde hij rijke contacten in zijn eigen land en daarbuiten. Hij vond tijd voor een uitgebreide correspondentie en deelde de vruchten van zijn kennis met anderen. De invloed van De Saint-Martin en de verspreiding van zijn leringen in Frankrijk, Engeland en Rusland, dateert van het jaar 1785. Zijn brieven en het werk 'Nowiknow en de Martinisten in Moskou' van Longinow, tonen dit aan.

In Londen ontmoette hij de mysticus Law en de beroemde helderziende M. Belz. Deze ontmoeting bleek erg belangrijk. Hij werd een vriend van Zinovow en Prins Galitzin, die het Martinisme in Rusland introduceerde. De kritiek op het Martinisme en de vervolging ervan kwamen alleen voort uit de onwetendheid omtrent de essentie en doelstellingen van deze leer, maar was ook het resultaat van de menselijke tekortkomingen van verschillende Martinisten met een zwakke en onvolmaakte aard, die niet gelijk was aan de hoge morele standaard die in de leringen van De Saint-Martin werd vereist.


Een nieuwe openbaring


De verspreiding van de leringen van De Saint-Martin ging vergezeld met persoonlijk succes op sociaal gebied. Toch belemmerde de warme sympathie en de oprechte vriendschap die door contact met zijn innemende persoonlijkheid ontstond, zijn innerlijke leven niet. Door zelf zijn leringen toe te passen, was zijn wezen zo zuiver dat zijn innerlijke vrede niet in gevaar gebracht kon worden. Zijn enige verlangen was God en de mensheid te dienen. Zijn ziel die naar meer licht dorstte, ontving dit licht op hoger niveau en nam het op tot voordeel van het nageslacht. Hij bereikte zijn hoogtepunt toen hij het werk van Jacob Boehme leerde kennen. Hier vond hij de uiteindelijke oplossing voor alle problemen, op de hoogste trede van de ladder die tot de perfecte eenheid met God de Vader voert. Jacob Boehme was geen leraar in dezelfde betekenis als Martinès de Pasqually dat voor de jonge De Saint-Martin was geweest. Zijn betekenis was echter veel groter, omdat De Saint-Martin nu goed voorbereid was om via Jacob Boehme een nieuwe openbaring te ontvangen. Een nieuw licht trad zijn ziel binnen, werd opgenomen en versnelde het innerlijke proces van transformatie. Hij was nu afgestemd op de hoogste toon.

Wij vinden een echo van zijn innerlijke ervaringen in de brieven die hij aan zijn hechte vriend Baron de Liebistorf (Kirchberger) richtte. Jacob Boehme was een mysticus bij de genade Gods. Openbaring, nederdaling van licht, extase van de ziel; vele uitdrukkingen kunnen de schok van een plotseling ontwaakte ziel omschrijven. In het boek 'L'Homme de Desir' (De mens van verlangen) van De Saint-Martin zien wij de kiemen die door het verwerken van de leer van Jacob Boehme werden voortgebracht. Dit boek doet ons denken aan de psalmen die het verlangen van de ziel naar God uitdrukken, en de val van de mens met zijn fouten en zonden, zijn blindheid en zijn ondankbaarheid bewenen.

Wijzend op de goddelijke oorsprong van de mens zag De Saint-Martin de mogelijkheid van diens terugkeer tot zijn oorspronkelijke toestand, toen hij in harmonie was met de wet van God. Maar de mens is alleen achting waardig door het verlaten van de weg van de zonde en het volgen van de leringen van Jezus Christus de Verlosser, de Zoon van God, die afdaalde van de hoogten van zijn hemelse troon uit liefde voor de gehele mensheid. Door liefde en navolging van de Verlosser kan de mens de verlossing bereiken. Wie zal in deze strijd de overwinnaar zijn? Hij die er niet om geeft, dat de mensen hem herkennen en zich hem herinneren, maar al zijn streven erop richt niet uit God's geheugen gewist te worden? Als er niet een mens was gekomen die in staat was te zeggen: "Ik ben niet van deze wereld", wat zou dan het lot van het menselijk nageslacht zijn geweest? De mensheid zou door de duisternis zijn opgeslokt, voor altijd afgescheiden van zijn vaderland. Hoewel veel mensen zich afscheiden van liefde: kan de liefde zich ooit van hen afscheiden?

In zijn latere werk 'Ecce Homo' (Zie de mens) waarschuwt De Saint-Martin voor het gevaar van emotionele, wonderbaarlijke, prikkelende ervaringen van een lager niveau, zoals voorspellen, spiritisme en allerlei verschijnselen die slechts het resultaat van een abnormale toestand in de mens zijn. Deze weg leidt de mensheid tot een onbekende en beangstigende duisternis, tot een steeds diepere val. Verlossing kan alleen bereikt worden door een bewuste wedergeboorte.

In zijn boek 'Le Nouvel Homme' (De nieuwe mens) dat in hetzelfde jaar gepubliceerd werd, beschrijft de auteur de gedachte als een werktuig van wedergeboorte waardoor inzicht in de innerlijkste diepte van de mens bereikt kan worden en de eeuwige waarheid van zijn wezen kan worden ontdekt. De ziel van de mens is de gedachte van God. Het is de plicht van de mens de geheime tekst te ontcijferen en vervolgens zijn uiterste best te doen om gedurende zijn gehele leven aan deze tekst toe te voegen en die uit te dragen. 'L'Esprit des Choses' (De geest der dingen) is het boek waarin De Saint-Martin zegt dat de mens, geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, in staat is door te dringen tot de kern van het Zijn, die verborgen ligt in de totale schepping; dat hij, vanwege zijn helder inzicht, in staat is de waarheden van God - die verborgen liggen in de gehele natuur - waar te nemen. De mate van verlichting en inzicht die nodig zijn voor de mens die in de geest herboren is en het open boek des levens leest, hangen af van de intensiteit van dit licht.

De Saint-Martin's boek 'Le Ministère de l'Homme-Esprit' (De taak van de spirituele mens) rondt alle voorgaande aanwijzingen af en geeft een doel aan dat op de top van een hoge berg lijkt. Aangespoord door een innerlijke noodzaak beklimt de mens deze berg en proeft hij al de smaak van de bevrijdende overwinning die volgt op alle ontberingen en lijden. Deze vrijheid is gelijk aan het grootste geluk dat hier op aarde bereikbaar is. Er bestaat een fundamentele en unieke 'straal' voor het openen en verspreiden van de universele moraal en goedheid, en hieruit komt de volle ontwikkeling van onze innerlijke aangeboren essentie voort. Het hoogste offer voor de verlossing van de mensheid is al geschonken; het is nu de taak van de mens zijn lagere natuur vrijwillig te offeren, te kruisigen en zo te bevrijden van de ketenen van de grove materie. Het is de terugkeer van de verloren zoon naar zijn vader die steeds vol mildheid vergiffenis schenkt. Het is het bereiken van de perfecte eenheid: "Ik en mijn Vader zijn één."

Elke ziel bezit zijn eigen spiegel, prisma en regenboogcentrum die de enige Waarheid weerspiegelen. Dit is ook de reden waarom de werken van De Saint-Martin afwijken van die van Jacob Boehme. Hoewel de levensmissies van deze mannen ontsprongen aan dezelfde bron: de drang om de mensheid te dienen door een nieuwe weg tot vooruitgang open te stellen, waren die missies toch verschillend. De Franse mysticus sloeg de werken van Boehme hoog aan, maar vond ze nogal chaotisch en verwarrend. Hij wilde de werken aan zijn landgenoten aanbieden en vertaalde daarom de belangrijkste boeken van Boehme in het Frans: 'L'Aurore Naissante' (De geboorte van de dageraad; in het Nederlands ook verschenen als Morgenrood in opgang), 'Les trois Principes de l'Essence Divine' (De drie principes van de goddelijke essentie), 'De la Triple Vie de l'Homme' (Het drievoudig leven van de mens) en 'Quarante Questions sur l'Ame' (Veertig vragen over de ziel).

Na de dood van de Onbekende Filosoof werden enkele van zijn kortere geschriften gepubliceerd. Wij kunnen hier 'Geselecteerde gedachten' noemen en vele ethische en filosofische fragmenten, maar ook de poëzie, waaronder het 'Cimetière d'Amboise' (Het kerkhof van Amboise), 'L'Origine de la Destination de l'Homme '(De oorsprong van de bestemming van de mens) en vele meditaties en gebeden.

De Saint-Martin was geïnteresseerd in de leer der getallen. Het is waar dat zijn werk 'Les Nombres' (De getallen) nooit af kwam, maar toch bevat het vele belangrijke aanwijzingen die men elders niet kan vinden. Hij analyseerde de getallen vanuit een metafysisch en mystiek uitgangspunt en vond er een bevestiging in van zijn theorie over de val en wedergeboorte van de mens. Het getal wordt niet als een dood teken gezien, maar als een uitdrukking van het Scheppende Woord. Het getal bezit leven en essentie, het is het systeem van de grote Adam Kadmon, een onwrikbare structuur waarop het werk van de grote Schepper berust. Elk nummer staat voor een bepaalde idee en werkt op verschillende niveaus. Alles is het resultaat van de eenheid die uit Gods schoot voortvloeit. Liefde en opoffering zijn de grondslag voor de scheppingsdaad. De erfzonde en de val der mens evenals zijn wetteloosheid en zijn wegzinken in de materie, moeten ingelost worden door opoffering en door de liefde voor de Schepper. Dit kan alleen maar bereikt worden door de terugkeer tot de eenheid.


De Franse Revolutie


De brieven en het werk van De Saint-Martin verklaren zijn verhouding tot de Franse Revolutie; een kwestie die voor vele critici duister gebleven is, omdat ze alleen door de verlichten en de mystici begrepen kon worden. Achter alle verschijnselen op het fysieke vlak liggen de lagen van het astrale vlak. Zolang dit vlak nog niet in de zichtbare wereld verschenen is, is er verandering, ommekeer mogelijk door zich op te offeren en een beroep te doen op de genade van God. Wij kennen de symbolische vertelling over de tien rechtvaardigen die Sodom van vernietiging hadden kunnen redden. Men zegt dat de astrale lagen niet allemaal ontwikkeld zijn, omdat zij door elementen in de onzichtbare wereld, maar ook door de mens op aarde, veranderd kunnen worden. Als de fatale laag echter eenmaal ontwikkeld is, kan geen menselijke macht de loop der dingen meer stoppen. De Saint-Martin geloofde het niet alleen, hij wist dat wanneer God de realisatie van een laag toestaat die onnoemelijk leed voor de mensen met zich meebrengt, een boetedoening moet worden opgelegd, als deze al niet vrijwillig wordt gegeven.

Hij zag de Franse revolutie als een toonbeeld en als een begin van het laatste oordeel dat op aarde zal voortduren en zich geleidelijk zal ontwikkelen. Hij zei dat de sociale structuur niet duurzaam en niet bevredigend voor de meerderheid van de mensen en de hoogstaanden kan zijn, indien die structuur niet gebaseerd is op de perfecte kennis van het psychofysische organisme van de mens en niet overeenkomt met de goddelijke wetten die in de mens weerspiegeld worden. Een wetgever moet een diep begrip van de innerlijke natuur van de mens bezitten, zijn politiek moet moreel zijn, en hij moet een sociale ordening vinden die kennis, rechtvaardigheid en kracht uitdrukt. Alle pogingen te bouwen op vergankelijke of verkeerde waarden voert op korte of langere termijn slechts tot rampspoed.

In zijn werk 'Le Crocodile' (De krokodil) over de strijd tussen goed en kwaad, laat De Saint-Martin zien hoe het kwaad 'wegsluipt' van heilige zaken en met welk een verraderlijkheid het zijn gif indruppelt om de onwetenden en blinden te vernietigen. Maar het kwaad kent een toegemeten tijdsspanne en kan makkelijk herkend worden aan waarneembare tekens. Zij die met spirituele ogen kijken, zij die opletten en ridders voor de goede zaak zijn, kunnen niet misleid worden. Hoe groter het onversaagde leger onder de vaandels van het goede is, hoe sneller de overwinning over de verraderlijke maar altijd zwakkere gelederen van het kwaad zal zijn.

De houding van De Saint-Martin ten opzichte van de Franse revolutie was afhankelijk van de aard van zijn kennis - en welk ander mens bezat zo'n inzicht in spirituele zaken? Hij poogde eveneens ernstig tot een rechtvaardiger en gelukkiger sociale organisatie te komen. De invloed van de Franse revolutie is in de werken van De Saint-Martin duidelijk aanwezig. Dat zou ook niet anders kunnen.


De Martinisten Orde


De leer van De Saint-Martin verbreidde zich over de wereld in de vorm van een inwijdende Orde met de naam 'Martinisten Orde'. De Saint-Martin was een voorstander van individuele inwijdingen. Elk lid werd nauwkeurig gekozen en werd de gelegenheid gegeven een hecht en ongedwongen contact op te bouwen. De inwijder gaf het lid vervolgens de aanwijzingen en leringen die hij het meest nodig had en die niet boven zijn begripsvermogen uitgingen. Deze weg was langer dan het werken met een groep, maar zekerder, omdat de zuivere leer onvervalst bleef en bij de leden van de Orde berustte, waardoor deze leer in kracht en uitdrukking toenam.

Niet alle afdelingen van de Orde namen deze lijn - die door De Saint-Martin werd aanbevolen - over, en het resultaat was dan ook bedroevend. Wij hebben al eerder gezegd dat volgens De Saint-Martin de mens de sleutel tot alle mysteriën van het universum is, de personificatie van de totale waarheid. Zijn lichaam staat voor de gehele zichtbare wereld en is hieraan gebonden. Zijn geest echter staat voor de onzichtbare wereld en behoort hier ook toe. De mens kan die totale waarheid bereiken door de kennis van zijn eigen aard met alle vermogens daarvan op fysiek, intellectueel en spiritueel gebied. Hij moet het verband tussen zijn bewustzijn en zijn vrije wil doorgronden. De Saint-Martin behandelt dit in zijn werk 'Révélation Nouvelle' (De nieuwe openbaring). Bepaalde trekken, zoals de grenzeloze creatieve krachten en de vrije wil van de mens, onderstrepen zijn gelijkenis met zijn Schepper. Al zijn deze trekken slechts verwrongen weerspiegelingen van God, toch kunnen ze in perfecte overeenstemming met Zijn wetten werken; ze leiden tot Hem en voeren de mens zodoende tot de bron van alle geluk. Indien ze slecht gebruikt worden, kunnen dezelfde trekken de natuurlijke eenheid met God verscheuren en de mens onderwerpen aan de krachten van een lagere orde. De mens heeft het in zijn macht de geleden schade te herstellen, wanneer al zijn vermogens op dit ene doel gericht zijn.

De Saint-Martin spreekt over de Eenheid als een eerste oorzaak, de meest innerlijke essentie, die eeuwig levend is en van waaruit alles emaneert. Dus is elk wezen, ongeacht hoe ver het van het centrum verwijderd is of op welk niveau van evolutie het zich bevindt, verbonden met de eerste oorzaak, en deel van deze Eenheid, zoals de zonnestraal - ongeacht zijn afstand door de oneindige ruimte - door trillingsgolven altijd verbonden is met de zon. Het centrale licht van waaruit alle zonnen emaneren, behoudt zijn onafhankelijkheid, hoewel het deel uitmaakt van het gehele stelsel van zonnen en zonnestralen en verschilt van kunstmatig licht. De leer van De Saint-Martin is op de gehele mensheid van toepassing. Hij verlangde naar eenheid in de naam van liefde en beschouwde broederlijkheid als de basis van het sociale leven. Het is onjuist de idee van gelijkheid der mensen als basis te nemen. De Saint-Martin beschouwde gelijkheid als een mathematische constante, het resultaat van de som van orde en harmonie. Broederlijkheid is die factor van liefde die de relaties tussen de mensen regelt, en rechtvaardigheid met menslievendheid en kracht met zwakte verbindt.

Slechtheid, uitbuiting en tirannie kunnen in het licht van broederlijke liefde niet blijven bestaan. Vanuit een dergelijke broederlijkheid komt een juist en rechtvaardig begrip van gelijkheid voort, een gelijkheid die berust op een veronderstelde relatie tussen rechten en plichten. Sair zegt in zijn essay over De Saint-Martin hierover: "De constante relatie tussen de omtrek van een cirkel en zijn straal wordt in de wiskunde uitgedrukt door de letter n, of de afmeting van de cirkel nu in millimeters of in miljoenen kilometers wordt uitgedrukt." Men kan dan zeggen dat de omtrekken van cirkels een gelijkheid bezitten in hun onderlinge relaties. Hetzelfde geldt voor de mens: de omtrek is zijn recht; de wet is de grens die de mens niet kan overschrijden; en de straal, of beter nog, de oppervlakte zoals de straal die beschrijft in haar omwentelingen rond het centrum, is het gebied van zijn plichten. Als de omtrek toeneemt, neemt de cirkel eveneens toe; net zoals de rechten van de mens naar verhouding ook zijn plichten doen toenemen.

In het universum waarvan de wet uit eenheid in veelvuldigheid bestaat, berust alles op orde en harmonie. Voor het bestaan van orde en harmonie moet ieder ding op zijn juiste plaats en in perfecte harmonie met alle dingen en wezens zijn. De individuele mens is het gelukkigst wanneer hij een perfect evenwicht tussen zijn rechten en plichten ervaart. Gelijkheid is op dit evenwicht gebaseerd: hoe meer rechten hoe meer plichten; hoe minder plichten hoe minder rechten. Als basis voor deze gelijkheid moet er broederlijkheid zijn, want zonder dat is er haat en jaloezie tussen de sterke en de zwakke, tussen de rijke en de arme. Alleen broederlijkheid kan de menselijke familie met de banden van gemeenschap bijeenhouden. In een op ideale wijze verenigde, liefhebbende familie, vindt ieder van de leden zijn plaats overeenkomstig zijn kracht en vermogens. Iedereen zal dan bereidwillig de verplichtingen op zich nemen die daarmee overeenkomen en zo de rechten genieten die onbetwistbaar van hem zijn. Het sociale 'gebouw' dat gebouwd is op de zogeheten gelijkheid, kent geen duurzaam fundament omdat hier de broederlijkheid wordt opgelegd en niet een vrijwillige voorwaarde is. Evenzo zal het opleggen van plichten verzet ontmoeten, en zal een verdeling van de plichten op deze manier niet altijd rechtvaardigheid met menslievendheid verenigen. Het is een heel andere kwestie wanneer altruïsme en solidariteit het fundament van de broederlijkheid zijn.

Wanneer de door de wet gestelde grens strikt wordt nageleefd, is vrijheid voor ieder mens het gevolg. Een mens die de wet overtreedt, verliest in dezelfde mate zijn vrijheid. Om vrij te zijn, moet de mens zorgvuldig het evenwicht tussen zijn rechten en plichten bewaren. Als hij zijn rechten wil vergroten, zal hij de bijbehorende plichten moeten erkennen.

Samenvattend kunnen wij zeggen dat het geluk van de mensheid bestaat in de eenheid van de leden van deze grote 'familie'. Deze eenheid kan alleen bereikt worden door de broederlijkheid die door het stabiele evenwicht tussen rechten en plichten gelijkheid schept en zo tegelijkertijd een waarborg is voor vrijheid, veiligheid en geborgenheid.


Het Ware Christendom


Uit het voorgaande wordt duidelijk dat De Saint-Martin diep christelijk dacht. Hij wilde de weg bereiden voor christelijke ideeën en wilde deze gebruiken voor het opbouwen van de sociale structuur. Volgens hem zou de Liefde van Christus het recht moeten hebben, het leven van de mensen te bepalen. De Martinisten Orde is derhalve een christelijke 'ridderorde', en elk van haar leden is volgens haar stichter verplicht aan zijn eigen innerlijke ontwikkeling te werken. Zo zal hij door de fasen van steeds diepere wedergeboorten in de geest gaan, tot hij het hoogste punt heeft bereikt, dat van de geboorte van God in hem. De plicht van het lid is, door kracht en opoffering het geheel van de mensheid onvoorwaardelijk te dienen. Het Martinisme is dus een aankondiging van het naderende tijdperk van de Kosmische Christus die in dit verheven proces van transmutatie universeel geopenbaard zal worden in de zielen van de individuele mensen.

Voor alle Martinisten die toegewijd zijn aan de herinnering van hun geliefde Meester, de Onbekende Filosoof, is een laatste aanbeveling opgenomen in zijn mystieke testament:

"De enige inwijding die ik met de gloed van mijn ziel aanbeveel en zoek, is die inwijding waardoor wij het hart van God kunnen binnengaan en dit goddelijke hart ertoe kunnen bewegen in ons binnen te treden. Zo zal het onverbrekelijke huwelijk, dat ons zal maken tot een vriend, een broeder en een echtgenoot van onze Goddelijke Verlosser, vervolmaakt worden."

Wij kunnen deze plechtige inwijding alleen bereiken door diep in ons eigen wezen af te dalen, te blijven streven totdat wij het doel bereiken, dat wil zeggen, de diepte waar wij de levende en leven gevende oorsprong zullen aanschouwen. Vanaf dat punt zullen wij op een natuurlijke wijze - en overeenkomstig onze aard - vruchten voortbrengen, zoals bij de bomen van de aarde die gesteund worden door de vele wortels waardoor de levenssappen onophoudelijk omhoog stromen.

Stanislaw, F.R.C., en Zofja Goszczynski, S.R.C.

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld