Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

Pleidooi voor een spirituele ecologie

Rozekruiserspleidooi 
20 maart 2012 – Rozekruisersjaar 3365

“De natuur kan vergeleken worden met het lichaam van het immense Zijn dat wij ‘God’ noemen en dat wij als oneindig en eeuwig beschouwen. Zij verwezenlijkt derhalve de goddelijke gedachte.”

François Jollivet-Castelot (1874-1937)
Schrijver en alchemist

Rozekruiserspleidooi voor een spirituele ecologie

Zoals iedereen weet, is onze planeet in gevaar: zij lijdt onder allerlei vervuiling, haar ecosystemen worden bedreigd, veel soorten planten en dieren zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen, het klimaat warmt op en doet vrezen voor een stijging van de zeeën en oceanen, et cetera. Het staat inmiddels vast dat de mensen een zeer groot aandeel hebben in de verantwoordelijkheid voor deze situatie. Als er op korte termijn in mondiaal opzicht niets wordt gedaan, zal de schade waaronder de aarde lijdt, in frequentie en intensiteit toenemen, niet zonder de mensheid zelf in gevaar te brengen. Van de vier rijken in de natuur is ons rijk het meest broos en het meest kwetsbaar, want zijn overleven hangt van de drie andere af. Door het te schaden veroordeelt het zichzelf tot lijden en zelfs in het ergste geval tot gedeeltelijk of totaal verdwijnen.

De aarde is niet alleen ons levenskader. Het is ook ons spirituele evolutiekader, want zij is de plaats die is voorbehouden aan de mensheid opdat deze zich geleidelijk bewust wordt van haar goddelijke oorsprong en zich in innerlijk opzicht volledig verwezenlijkt. In dat opzicht is zij de tempel die voor alle geïncarneerde zielen op onze planeet gemeenschappelijk is. Vanuit die hoek gezien maken de aarde en de mensheid deel uit van een goddelijk plan dat de materiële wereld en de wisselvalligheden van het leven overstijgt. Als alle mensen zich daarvan bewust zouden zijn, zouden zij niet alleen meer respectvol staan tegenover het milieu, maar zouden zij op broederlijkere wijze met elkaar omgaan. Zij zouden eveneens meer geneigd zijn om een spirituele queeste te houden en zich vragen te stellen over de diepere betekenis van hun bestaan. Daardoor zou de drieledigheid God-natuur-mens haar gehele betekenis en waarde krijgen.

Vanuit Rozekruisersstandpunt is de natuur de mooiste van alle tempels. Alle tempels die door de mensen gebouwd zijn, zijn immers gebouwd met het doel om eer te bewijzen aan de goden of God in wie zij geloofden en die zij op een gegeven ogenblik in hun evolutie vereerden. Wat onze planeet betreft, zij is de belichaming van de goddelijke wetten, in de zin van natuurwetten, universele wetten en spirituele wetten. Iedereen zou moeten inzien dat deze wetten met intelligentie en wijsheid in alle rijken werkzaam zijn. Eigenlijk neemt ieder individu met voldoende gevoel en intelligentie graag aan dat de natuur het mooiste goed is, in esthetische en filosofische betekenis. Zij verenigt alle mogelijke kunsten in zich, op dusdanige wijze dat zij in het menselijke bewustzijn de edelste gevoelens doet ontstaan. Dit verklaart waarom zelfs een atheïst de neiging heeft om haar te ‘vergoddelijken’.

Terwijl de toekomst van onze planeet ernstig bedreigd wordt, en met deze bedreiging het overleven van de mensheid, achten wij het aan het begin van de eenentwintigste eeuw en het derde millennium nuttig om door middel van dit pleidooi op te roepen tot een spirituele ecologie:

  • Laten wij eraan denken dat de aarde die wij vandaag de dag bevolken, al meer dan vier miljard jaar bestaat, dat de mens, zoals wij hem kennen, er ongeveer drie miljoen jaar geleden verschenen is en dat hij haar in minder dan een eeuw in gevaar heeft gebracht.
  • Laten wij eraan denken dat tweederde van onze planeet bedekt is met zeeën en oceanen, dat ons lichaam zelf voor 75% uit water bestaat en dat wij zonder water niet kunnen overleven.
  • Laten wij eraan denken dat de bossen de longen van de aarde zijn, dat zij de zuurstof produceren die wij inademen en dat er zonder deze bossen geen atmosfeer zou zijn en dus geen leven.
  • Laten wij eraan denken dat de dieren al miljoenen jaren op onze planeet leefden vóór de verschijning van de mens, dat het overleven van de mensheid van hen afhankelijk is en dat het intelligente en gevoelige wezens zijn.
  • Laten wij eraan denken dat alle rijken van de natuur onderling afhankelijk zijn, dat er geen ruimte of grens tussen is en dat zij elk op hun niveau en in verschillende vorm met bewustzijn begiftigd zijn.
  • Laten wij eraan denken dat de aarde omgeven wordt door een elektromagnetische aura die het gevolg is van haar eigen natuurlijke energieën, en dat deze aura samen met de atmosfeer bijdraagt aan het leven.
  • Laten wij eraan denken dat het bestaan van onze planeet niet het gevolg is van toeval of van een samenloop van omstandigheden, maar dat zij deel uitmaakt van een ontworpen plan dat in werking is gezet door de universele Intelligentie die men ‘God’ noemt.
  • Laten wij eraan denken dat de aarde niet alleen een planeet is die de mensen de mogelijkheid biedt om te leven, maar dat zij ook de omgeving is waarin hun zielen kunnen incarneren teneinde hun spirituele evolutie tot een goed einde te brengen.
  • Laten wij eraan denken dat onze planeet een meesterwerk van de schepping is, dat zij zonder uniek te zijn in het universum niettemin een zeldzaamheid is en dat het voor de mensheid een groot voorrecht is om er te wonen.
  • Laten wij eraan denken dat de aarde ons niet toebehoort, dat zij ons tijdens ons leven ter beschikking wordt gesteld en dat zij het kostbaarste is van al het erfgoed dat wij aan de toekomstige generaties kunnen doorgeven.
  • Laten wij eraan denken dat wij geen enkel recht ten opzichte van onze planeet hebben maar alleen plichten: haar te respecteren, haar in stand te houden, haar te beschermen... In één woord: haar lief te hebben.
  • Laten wij hieraan denken, laten wij dit aan onze kinderen doorgeven en laten wij dit tot ons motto maken:

"Terra humanitasque una sunt". (Aarde en mensheid zijn een).

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld