Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

De echo's van het Rozekruis

De Geschiedenis van de Rozekruisers-filosofie
Vanaf haar oorsprong tot in onze tijd

Aan de vooravond van de uitgave van de Rozekruisers Manifesten veroorzaakt de morele crisis zorgen en moeilijkheden in Europa. Iedereen verlangt naar een nieuwe Hervorming. In deze context maakt het Rozekruis zijn oproep bekend door nieuwe grondgedachten aan te bieden die de harmonie kunnen herstellen. In het algemeen kan men zeggen dat de Rozekruisers Orde het hermetisme als oplossing voor de heersende wanhoop aanbiedt. Daartoe laat zij in 1614 bij drukkerij Wilhelm Wessel te Kassel een anoniem Manifest uitgeven dat men voor het gemak 'Fama Fraternitatis' noemt. De gehele titel ervan is echter: 'Algemene en universele hervorming van de gehele wereld; met de Fama Fraternitatis van de lofwaardige Broederschap van het Rozekruis, geschreven voor alle geleerden en hoofden in Europa; eveneens een kort antwoord van heer Haselmayer waarvoor hij gevangen genomen werd en in de galeien in de boeien geslagen. Nu uitgegeven en meegedeeld aan alle oprechte harten'. De tekst die er het centrale idee van vormt, de 'Fama Fraternitatis' circuleerde in Duitland al sinds 1610 in geschreven vorm en is trouwens het enige gedeelte dat in de moderne uitgaven van dit Manifest bewaard wordt.


Nieuws van de Parnassus


Het eerste Rozekruisers Manifest wordt ingeleid door een kort voorwoord en bestaat uit drie afzonderlijke teksten. De eerste gaat over de noodzaak van een algemene Hervorming van de wereld. Hoewel niets erop wijst, betreft het een vertaling van het 77ste traktaat uit het boek van Traiano Boccalini, 'Ragguagli di Parnaso' (Nieuws van de Parnassus). Deze tekst is over het algemeen weinig bekend. Toch is hij in zoverre belangrijk dat hij het Rozekruisersplan in zijn context plaatst - die van de noodzaak tot reorganisatie van een verscheurd Europa. Het is dus interessant de bedoeling ervan weer te geven. De schrijver, een vriend van Galileo, behoorde tot de tegen de paus gerichte stroming van Paolo Sharpi uit Venetië. Het satirische werk dat in 1612 uitgegeven is, geeft de schuld aan de Habsburgse poging tot hegemonie over het christelijke Europa. Net als het werk 'Spaccio' van Giordano Bruno is het geschreven in de vorm van een mythologische dialoog.


De Hervorming van Apollo


'Nieuws van de Parnassus' verhaalt dat Apollo van keizer Justinianus verneemt dat de bewoners van de Aarde onder een enorme vertwijfeling leden vanwege de onophoudelijke ruzies die hen tegen elkaar opzetten. Apollo, die toch zijn best had gedaan talloze gidsen en filosofen naar de mensen te zenden teneinde hun goede zeden te leren, besluit dan een wereldhervorming voor te stellen die de mensheid haar oorspronkelijke zuiverheid kan teruggeven. Om dit plan tot een goed einde te brengen, roept hij dus op de Parnassus de zeven Wijzen van Griekenland samen met Cato, Seneca en anderen. Iedereen doet er zijn voorstellen. Thales, die vindt dat hypocrisie en achterbaksheid de hoofdoorzaak van het lijden van de mensheid zijn, stelt voor, een venstertje in het hart van de mensen te maken teneinde onschuld en helderheid in hun betrekkingen van hen te verlangen. Onmiddellijk uit iemand een bezwaar: als iedereen het hart van de vorsten die de wereld regeren, kan lezen, wordt het onmogelijk te regeren. Men ziet direct van het voorstel van Thales af.

Solon denkt dat de wanorde wordt veroorzaakt door de haat en jaloezie die onder de mensen heersen. Hij raadt dus aan, goedheid, liefde en verdraagzaamheid onder hen te verspreiden. Hij voegt eraan toe dat alles veel beter zou gaan indien alle bezit meer evenredig werd verdeeld. Ook hier verheft de kritiek zich, en de Wijzen op de Parnassus roepen dat dit een utopie is. Cato stelt een uiterst vreemde oplossing voor: een nieuwe zondvloed om in één keer alle 'deugnieten' uit de weg te ruimen. Nadat allen hun ideeën hebben ontvouwd, loopt het plan van een wereldhervorming van Apollo uit op het vaststellen van de prijzen van groente en ansjovis ... Traiano Boccalini laat met deze satire zien hoe de instituties, of ze nu godsdienstig, politiek of filosofisch zijn, niet in staat zijn de dingen tot ontwikkeling te brengen.


De Fama Fraternitatis


Na deze eerste tekst komt de eigenlijke 'Fama Fraternitatis', een tamelijk kort geschrift in die zin dat het slechts een dertigtal bladzijden telt in een boek met in totaal 147 bladzijden. Ondanks de geringe omvang ervan vormt het het hart van het eerste Rozekruisers Manifest. De broeders van de Rozekruisers Broederschap richten zich hierin tot de Europese leiders, geestelijken en wetenschapsbeoefenaars. Na het gelukkige tijdperk te hebben geprezen dat zoveel ontdekkingen door verlichte geesten heeft gekend, benadrukken zij dat deze de mensheid helaas niet het licht en de gemoedsrust hebben gebracht waarnaar zij verlangt. Zij laken de geleerden die zich meer zorgen maken om hun persoonlijke succes dan dat zij hun bekwaamheden in dienst van de mensheid stellen. Zij wijzen eveneens naar degenen die zich aan oude doctrines vastklampen: de volgelingen van de paus1, van de filosofie van Aristoteles en de geneeskunst van Galenus en naar degenen die weigeren zich voor andere meningen open te stellen. De broeders van het Rozekruis wijzen op de heersende tegenstelling tussen theologie, natuurkunde en wiskunde. Deze stellingname doet beslist denken aan de wijze waarop Henricus Cornelius Agrippa de magie definieerde die hij als de ware wetenschap voorstelde. In het begin van het eerste boek van zijn 'De Occulta Philosophia' stelt hij de magie inderdaad voor als de verwezenlijking van alle wetenschappen, omdat elke filosofie verdeeld wordt in drie takken van kennis die elkaar aanvullen: natuurkunde, wiskunde en theologie2. Na de 'inventarisatie' van hun tijd stellen de broeders van het Rozekruis voor, hun tijdgenoten kennis tot herstel aan te bieden. Deze kennis van onfeilbare grondstellingen hebben zij gekregen van vader C.R., de stichter van hun broederschap. Deze vader C.R. had de basis gelegd voor een 'Universele Hervorming'.

Wie is deze vreemde figuur? Het vervolg op de 'Fama Fraternitatis', de 'Confessio Fraternitatis', vertelt dat het om Christian Rosenkreutz gaat, een jonge Duitser, en het boek deelt ons mee dat hij in 1378 geboren is. Op zestienjarige leeftijd vergezelt hij een kloosterbroeder die met zijn opvoeding belast is, op een pelgrimstocht naar het Heilige Graf te Jeruzalem. Deze tocht naar het oosten zal voor hem een ware inwijdingsreis zijn. Zijn metgezel sterft op Cyprus. De Traditie maakt van deze plaats het toneel van de geboorte van Aphrodite (Venus) die door haar vereniging met Hermes het leven schonk aan Hermaphroditus, een androgyn kind. Deze zinspeling op Cyprus in de biografie van Christian Rosenkreutz is niet zonder alchemistische betekenis. Het kondigt reeds thema's aan die in de 'Chymische Bruiloft van Christian Rosenkreutz' zullen worden ontwikkeld.


Gelukkig Arabië


Ondanks de dood van zijn metgezel besluit Christian Rosenkreutz de reis voort te zetten. Hij verandert echter van bestemming door naar Damcar te gaan. Deze stad is, in tegenstelling tot wat soms gezegd wordt, niet Damascus, maar echt Damcar, een stad in het zuidwesten van het Arabisch schiereiland, zoals de atlas van Mercator (1585) aangeeft. Ze wordt ook in het werk 'Theatrum Orbis Terrarum' van Abraham Ortelius vermeld als een stad in 'Gelukkig Arabië'. Het gebied was bekend doordat het 'Corpus Hermeticum' er bewaard werd3. Damcar had een universiteit die niet minder dan vijfhonderd studenten telde4. Deze streek van Jemen was beroemd om zijn wierook en was het centrum van de Ismaëlieten. Onder impuls van de Broeders van Basra kwam hier een omvangrijke encyclopedie tot stand die allerlei vormen van kennis bijeenbracht, zowel van wetenschappelijke als esoterische aard. Henri Corbin, die veel belangstelling had voor deze tak van de islam die zo doortrokken is van esoterie, stelde zich graag een dialoog tussen de broeders van het Rozekruis en de 'Broeders van het zuivere hart' van Basra voor. De beide Broederschappen waren naar zijn mening van gelijke opzet5. Émile Dantinne had iets eerder al eenzelfde opmerking gemaakt6. Christian Rosenkreutz ontmoet in Damcar wijzen die hem belangrijke kennis doorgeven, met name op het gebied van de natuur- en wiskunde. Hij is daardoor in staat het 'Boek M', het 'Boek van de Wereld' dus, in het Latijn te vertalen. Na drie jaar studie gaat hij weer op weg en begeeft zich na een kort verblijf in Egypte naar Fez.


Fez, de stad van goud


Volgens de geograaf Leo Africanus uit de XVIe eeuw was deze stad in Marokko een centrum waar talloze intellectuelen elkaar ontmoetten. Studenten bleven naar deze stad met haar rijke boekenverzamelingen toestromen. Sinds de tijd van de Omajjaden (661) werd er de alchemie van Aboe Abd Allah, van imam Jafar al Sâdiq en van Jâbir ibn Hayyân (Geber) onderwezen, maar ook de magie en astrologie van Ali-ash-Shabrâmallishi7. Leo Africanus zegt dat te Fez een vorm van theurgische magie werd gepraktiseerd, waardoor de onzichtbare werelden vanuit een soort cirkelvormig pentakel op de grond konden worden benaderd. De 'Fama Fraternitatis' vertelt ons dat 'de magie van de inwoners van Fez niet volstrekt zuiver' was.

Christian Rosenkreutz is vooral onder de indruk van de geest van met elkaar delen die bij de geleerden in deze stad heerst - in tegenstelling tot wat zich in Duitsland afspeelt waar iedereen probeert 'de gehele ruif voor zichzelf' te houden8. In deze stad vervolmaakt Christian Rosenkreutz zijn kennis over de harmonie van de geschiedeniscycli. Hij begrijpt ook dat, net zoals een pit in de kiem de boom bevat, de mens als microkosmos de macrokosmos bevat met alles waaruit deze is samengesteld (de natuur, taal, religie en geneeskunst). De schrijvers van de 'Fama Fraternitatis' ontlenen deze kijk op de dingen aan Paracelsus die in zijn 'Philosophia sagax' zegt: "... in die zin is de mens eveneens een pit, en de wereld is zijn appel; en wat voor de pit in de appel van belang is, is dat eveneens voor de mens in de wereld waardoor hij omgeven wordt9."

In Fez begrijpt Christian Rosenkreutz dat het geheel van wetten dat alle gebieden van kennis regeert, in harmonie is met het goddelijke. Nadat hij zijn kennis van de wiskunde, natuurkunde en magie voltooid heeft, zoekt hij contact met de 'elementaire bewoners die hem hun geheimen prijsgeven'. Deze geheimen worden waarschijnlijk door Paracelsus vermeld in zijn 'Ex libro de Nymphis, Sylphanis, Pygmaeis, Salamandris et gigantibus' (Verhandeling over nimfen, silfiden, dwergen, salamanders en grote wezens). Deze wezens die Paracelsus zegt zelf gezien te hebben, stammen - hoewel zij een menselijk uiterlijk hebben - niet van Adam af, maar hebben een andere oorsprong. Door contact met hen kunnen de mensen zich de geheimen van de natuur eigen maken.


De woonplaats van de Heilige Geest


Na deze inwijdingsreis keert Christian Rosenkreutz terug naar Europa. Hij verblijft korte tijd in Spanje om de wetenschapsmensen uit zijn tijd voor te stellen zijn kennis te delen. Hij beseft echter al snel dat zij hun kennis niet ter discussie willen stellen. De schrijvers van de 'Fama Fraternitatis' maken van Spanje het symbool van de mens die vastzit in een leer die hij niet ter discussie wil stellen uit angst dat zijn autoriteit in twijfel getrokken wordt.

Ontgoocheld door de ontoegankelijke houding van de Spaanse geleerden en na dezelfde kritiek in andere landen te hebben ondergaan, keert Christian Rosenkreutz in Duitsland terug. Daar zet hij zich aan het op schrift stellen van alle kennis die hij in het oosten heeft ontvangen. Zijn doel is een maatschappij te creëren die in staat is de vorsten van Europa op te voeden, opdat zij verlichte gidsen zullen worden. Na vijf jaar werk wordt Christian Rosenkreutz omringd door een eerste groep van drie leerlingen om hem in zijn plannen bij te staan. Zo ontstaat de Rozekruisers Broederschap. De Meester en zijn leerlingen schrijven samen het eerste deel van het 'Boek M'. Vervolgens wordt de broederschap uitgebreid met vier andere broeders; ze vestigt zich dan in een nieuw huis, de 'woonplaats van de Heilige Geest' genaamd. De broederschap blijft geheim en Christian Rosenkreutz sterft in 1484 op 106-jarige leeftijd. In 1604, lang na de dood van deze eerste groep Rozekruisers, vinden de broeders toevallig de tombe van Christian Rosenkreutz terug, terwijl zij bezig zijn werkzaamheden te verrichten aan hun gebouwen. Op de deur van deze tombe stond de inscriptie: 'Ik zal over honderdtwintig jaar opengaan'. In de grafkelder, ontworpen als een 'samenvatting van het universum', ontdekken zij een hoeveelheid wetenschappelijke voorwerpen die tot dan toe onbekend zijn, en teksten die de gehele kennis behelzen die vroeger door hun Meester is vergaard.


De tombe van Christian Rosenkreutz


De ontdekking van een mysterieuze tombe die manuscripten herbergt, is een thema dat in de alchemistische literatuur veel voorkomt. Het geval van Basilius Valentinus bijvoorbeeld, van wie een manuscript werd ontdekt in het altaar van de kerk van Erfurt, herinnert aan dat van Bolos de Democriaan. Nog beroemder is de ontdekking van de tombe van Hermes Trismegistos door Apollonius van Tyana. Deze vertelt dat hij in dit graf een oude man vond die op een troon zat en een plaat van smaragd vasthield met daarop de tekst van de beroemde 'Smaragden Tafel'. Vóór hem lag ook een boek met de geheimen van de schepping der wezens en de wetenschap van de oorzaak van alle dingen10. Deze symboliek verwijst naar de gedachte dat men 'het binnenste van de aarde moet bezoeken om de Steen der Wijzen te vinden'. Deze betekenis geeft Gerhard Dorn in zijn 'Congeries Paracelsicae Chemiae' (1581) aan 'Vitriol11, een term die trouwens nauw samenhangt met Hermes Trismegistos, omdat hij in verband wordt gebracht met een alchemistische tekening, getiteld 'De Smaragden Tafel'12. De Smaragden Tafel die Hermes in zijn handen hield, kondigt stellig het boek 'T' van Christian Rosenkreutz aan.

Het vertrek waar de tombe van Christian Rosenkreutz zich bevindt, heeft de vorm van een koepel met zeven vlakken. Zoals Francis A. Yates al heeft opgemerkt, doet de indeling van de tombe denken aan 'De Deur' uit het 'Amfitheater van de Eeuwige Wijsheid' van Henri Khunrath, plaat IV, 160313. De tombe waarin het volledig geconserveerde lichaam van Christian Rosenkreutz rust, staat in het midden van de grafkelder en is cirkelvormig. Zij is bedekt met een geelkoperen plaat waarop raadselachtige formules voorkomen. Een ervan vermeldt: 'Leegte bestaat niet'. Buiten het feit dat dit zinspeelt op de tegenstelling die wij al hebben vermeld, doet deze formule denken aan een dialoog tussen Hermes en Asclepius uit het 'Corpus Hermeticum' (tractaat II). Zoals wij verderop zullen zien, bevat het derde Rozekruisers Manifest ook allerlei verwijzingen naar teksten die aan Hermes Trismegistus worden toegeschreven.


Paracelsus en Rosenkreutz


Van de verschillende geschriften die in de tombe van Christian Rosenkreutz voorkomen, moeten wij zeker het boek 'T' noemen, dat hij in zijn handen houdt, evenals het boek dat wordt aangeduid als 'Dictionarium de Theoph. P. ab Ho'. Deze laatste tekst is waarschijnlijk een van de woordenboeken van het vocabularum van Paracelsus en met name het 'Dictionarium Theophrasti Paracelsi continens obscuriorum vocabularum ...', uitgegeven in 1584 door Gerhard Dorn, een leerling van Paracelsus. Opgemerkt moet worden dat Paracelsus de enige auteur is naar wie de 'Fama Fraternitatis' verwijst. De thema's die in dit Manifest worden ontwikkeld, komen trouwens grotendeels uit zijn werken of uit die van zijn leerlingen. Het al eerder genoemde 'Boek M' verwijst rechtstreeks naar zijn ideeën. Wij ontwikkelen dit thema hier niet verder, omdat wij dat bij de behandeling van de 'Confessio Fraternitatis' zullen doen. Wij kunnen hier wel onderstrepen dat de opvatting van Paracelsus wordt teruggevonden in het eerste Manifest en in het bijzonder door de manier waarop hij het grote werk een plaats toekent. Dit wordt namelijk ten opzichte van de spirituele opgang van de Rozekruisers als een 'voorbereidend werk van weinig belang' gezien. Door deze stellingname distantieert het Rozekruis zich van de alchemistische mode die in die tijd door heel Duitsland gaat en aanleiding geeft tot veel buitensporigheden.

Nadat de broeders van het Rozekruis de schatten aan kennis die in de tombe van Christian Rosenkreutz lagen, hebben verzameld, sluiten zij deze weer af. Gesterkt door deze erfenis die op duurzame axioma's is gebaseerd, voelen zij zich in staat de 'Algehele Goddelijke en menselijke Hervorming', zoals deze vroeger door hun Meester beoogd werd, tot een goed einde te brengen. De 'Fama Fraternitatis' onthult dat de broeders een schat aan kennis ontdekten nadat zij de muur die de opening van de tombe verborg, hadden afgebroken. Op dezelfde manier zal voor Europa een nieuw tijdperk aanbreken, wanneer zij haar oude overtuigingen die even zovele muren op haar weg naar vooruitgang zijn, heeft afgebroken en nieuwe kennis heeft aanvaard. De 'Fama Fraternitatis' vermeldt echter dat de kennis die de Rozekruisers aanbieden, niet nieuw is: '... zij komt overeen met de kennis die Adam na de val erfde'. Het gaat er dus om, verloren kennis opnieuw in te voeren, en enkele mensen hebben zich gewijd aan de voortzetting hiervan. Het eerste Manifest geeft trouwens de namen van enkele personen die deze oertraditie hebben doorgegeven. Deze namen doen denken aan de namen die Marsilio Ficino in een gelijke context citeert.


Haselmayer


De 'Fama Fraternitatis' wordt afgesloten met een uitnodiging aan de geleerden en vorsten van Europa om zich aan te sluiten bij de Rozekruisers Broederschap om haar vernieuwende kennis te delen. Deze oproep is echter in zoverre vreemd dat ze wordt verduidelijkt met de woorden 'hoewel wij heden ten dage onze naam noch onze vereniging hebben aangeduid, is het zeker dat de mening van allen, in welke taal ook gesteld, ons zal bereiken'. De tekst wijst er namelijk op dat de verblijfplaats van de Rozekruisers 'ongerept, onaangeroerd, onbekend en tot in de eeuwigheid zorgvuldig voor de ogen van de goddeloze wereld verborgen moet blijven'. De boodschap zal begrepen worden en open brieven aan de Rozekruisers zullen op verschillende plaatsen van Europa gedrukt worden, zoals de brief die aan het eind van het eerste Rozekruisers Manifest wordt gepubliceerd. De tekst van deze brief is de tekst die Adam Haselmayer in 1612 publiceerde met de titel 'Antwort an die lobwürdige Bruderschaft der Theosophen vom Rosenkreutz' (Antwoord aan de lofwaardige Broederschap van de theosofen van het Rozekruis), nadat hij het manuscript van het Manifest, dat in 1610 in Tirol circuleerde, gelezen had. Verscheidene schrijvers dachten dat het hier om een mythische figuur ging. In feite is dat niet zo en Carlos Gilly is er na geduldig onderzoek in geslaagd de biografie van deze aanhanger van Paracelsus14, die tevens een groot verzamelaar van alchemistische manuscripten was, te reconstrueren.

Adam Haselmayer was zo enthousiast geworden door de 'Fama Fraternitatis' dat hij aan aartshertog Maximiliaan ondersteuning vroeg om op zoek te gaan naar de Rozekruisers. De profetie van de 'Leeuw van het Noorden' heeft duidelijk een stempel gedrukt op de tekst van zijn 'Antwoord' op het Rozekruisers Manifest. Denkend dat het einde der tijden nabij is, meent hij dat de Rozekruisers 'diegenen zijn die God uitverkoren heeft om de eeuwige waarheid van Theophrastus en het Goddelijke te verspreiden'. Haselmayer vindt dus dat het overbodig is geworden de kerk te bezoeken. Door deze houding wordt hij al snel verdacht van ketterij. Hij weigert zijn woorden in te trekken en wordt in 1612 tot de galeien veroordeeld, waar hij viereneenhalf jaar blijft. Hij schijnt echter bijzondere omstandigheden genoten te hebben, aangezien hij tijdens deze periode via brieven in contact is gebleven met verschillende personen die zeer geboeid waren door de alchimie. Volgens Carlos Gilly is het enthousiasme van Adam Haselmayer buitengewoon, maar zijn standpunten niet geheel in overeenstemming met de Rozekruisersfilosofie.


Hermes en Rosenkreutz


Zoals wij kunnen constateren, stelt het eerste Manifest - in een context van morele crisis - een plan tot Hervorming voor, waarin de esoterie een voortreffelijke plaats inneemt. Het Rozekruis heeft haar plaats binnen de ononderbroken samenhang van de esoterie van de Renaissance, waaraan het specifiek christelijke, mystieke gedachten toevoegt. Ook merken wij op dat dit eerste Manifest evenmin aarzelt afstand te nemen van wat de esoterie 'influistert', als van een verstarde godsdienst. De Rozekruisers willen wetenschap, esoterie en mystiek tot elkaar brengen in een optimistisch plan tot Hervorming dat sterk wordt gekenmerkt door de leer van Paracelsus. Al plaatst het Rozekruis zichzelf in het kielzog van een oertraditie, zoals deze in de Renaissance werd gedefinieerd, toch zet het Egypte op de tweede plaats. De mysterieuze Hermes Trismegistos, wiens echtheid in 1614 door Isaac Casaubon een deuk opliep, verdwijnt ten voordele van een menselijker persoon, Christian Rosenkreutz. Heeft deze persoon werkelijk bestaan of staan wij tegenover een symbool? Wie heeft dit eerste Manifest geschreven? Met deze vragen zullen wij ons later bezighouden, want wij moeten eerst het tweede Rozekruisers Manifest, de 'Confessio Fraternitatis' onderzoeken. Deze studie zal het onderwerp van ons volgende artikel zijn.

Christian Rebisse, F.R.C.

noten:

1. Merk op dat het manuscript dat T. Vaughan voor zijn vertaling kon gebruiken, de naam 'Popery' droeg, dat hij vertaalde door Porphyre. Toch gaat het hier wel om de paus.

2. 'La Magie naturelle' (boek I van 'De Occulta Philosophia'), Berg, Parijs 1982, vertaald en van commentaar voorzien door Jean Servier, p. 32-37.

3. Zie hieromtrent 'Les Sabéens' in 'Egypte et Tradition Primordiale', Tijdschrift 'Rose-Croix', nr. 188, p. 9-10.

4. In de eerste uitgave van de Fama werd 'Damascus' geschreven, maar het erratum van hetzelfde werk zegt dat gelezen moet worden: 'Damcar'. 'L'Encyclopédie de l'Islam', deel III, p. 224, Leiden-Parijs 1995, vermeldt deze stad onder de naam Dhamâr.

5. Henri corbin, 'L'Imagination créatrice dans le soufisme d'Ibn Arabî', Aubier, p. 20, Parijs 1955, daarna 1993.

6. Zie Émile Dantinne, 'De l'origine islamique de la Rose-croix', tijdschrift 'Inconnues', nr. 4, 1950, p. 3-17.

7. Zie Brockelmann, 'Gesch. der arabischen Literatur', deel II.

8. Wij verwijzen voor deze studie naar twee uitgaven van het Manifest. De eerste is de uitgave die door de Diffusion Rosicrucienne in 1995 is uitgegeven met de algemene titel 'La trilogie des Rose-Croix'. Deze Franse uitgave is gebaseerd op de Engelse vertaling die Thomas Vaughan in 1652 maakte van een Duits manuscript dat toen in Engeland circuleerde. Het lijkt ons nuttig de lezer ook te wijzen op de vertaling van Bernard Gorceix: 'La Bible des Rose-Croix', PUF (1970), die rechtstreeks is gebaseerd op het Duitse origineel. Aan deze uitgave ontlenen wij de citaten in dit artikel.

9. Zie Roland Edighoffer, 'Les Rose-Croix et Paracelse', tijdschrift 'Aries', nr. 19, 1998, p. 71, waaraan wij de vertaling van de tekst van Paracelsus ontlenen.

10. Zie het tijdschrift 'Rose-Croix', nr. 188, p.10.

11. 'Visitetis Interiora Terra Rectificando Invennietis Occultum Lapidem', V.I.T.R.I.O.L.

12. Deze tekening werd voor de eerste keer gepubliceerd met de titel 'Tabula Smaragdina Hermetis' in 'Aurei Velleris Oder der Güldin Schatz und Kunstkammer, Tractatus III', Rorschach, 1599, met het gedicht: 'Verba Secretorum Hermetis ...'. Men kan ze terugvinden in 'Geheime Figuren der Rosenkreuzer aus dem l6ten und l7ten Jahrhundert' (1785). Antoine Favre heeft in 'Présence d'Hermès Trismégiste', (Albin Michel, Parijs 1989), een studie over de verschillende versies van deze figuur gepubliceerd.

13. 'La Lumière des Rose-Croix', Retz, p. 56, Parijs 1985.

14. Carlos Gilly: 'Adam Haselmayr, der erste Verkünder der Manifeste der Rosenkreuzer', in de Pelikaan, Bibliotheca Philosophica Hermetica, Amsterdam 1994.

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld