Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

Religie

De pelgrim, de elementen en zijn labyrint

Het beginsel van de stoffelijkheid is gebaseerd op de vier elementen. De mens kan alleen in en door hen bestaan en leven. Hij is immers een microkosmos, een wereld in het klein, een extract van alle sterren en planeten van het firmament, van de aarde en van de elementen. De vier elementen zijn de universele wereld, en de mens is uit hen samengesteld.


De Aarde


Zoals de aarde symbolisch tegenover de hemel staat als het actieve beginsel tegenover het passieve, of het licht tegenover de duisternis, zo zijn wij gedompeld in de dualiteit van yin en yang, van dag en nacht, van materie en geest. De aarde symboliseert de moederlijke functie, want zij geeft het leven. In de vedische traditie symboliseert zij ook de moeder, bron van het bestaan, beschermster tegen iedere vernietigende kracht; zij is ook een symbool van vruchtbaarheid en wedergeboorte, zij baart en voedt alle wezens en ontvangt vervolgens opnieuw de vruchtbare kiem. De godin Aarde wordt voorgesteld als 'de moeder die de hemel zal voortbrengen en de grootmoeder die de goden baarde'. Volgens Hesiodus baarde zij zelfs de hemel die Ouranos moest beschermen om de goden te verwekken. Deze daad is door alle goden en mensen nagebootst en de dieren zijn hen daarin nagevolgd. De aarde is het centrum van manifestatie van het dieren-, planten- en mineralenrijk. Elk van deze drie rijken wordt in verschillende mate van de kosmische ziel doordrongen.

De aarde is een ontvangend element, maar vooral een element dat transformeert. Zodra de aarde voldoende rust heeft genomen om vruchtbaar te kunnen zijn, moet zij worden ingezaaid. Dan doet zij een beroep op de drie andere elementen (water, vuur, lucht), en de kiemen zullen gaan leven; de aarde wordt hun moeder. De golven van het leven hebben elkaar gedurende miljoenen jaren opgevolgd. De aarde bewaart de sporen en littekens die ons, hedendaagse mensen, in staat stellen de voorbije tijden te reconstrueren. De aarde is de universele substantie, de 'oermaterie' waaruit de schepper de mens maakt. Zij is universeel, een baarmoeder die de bronnen, de mineralen en de metalen bevat. De aarde is de plaats van onze val in de materie en het punt van vertrek voor onze terugkeer naar de goddelijke staat. Hij die de aarde bewerkt, doet dat in de hoop vruchten te oogsten, en hij die het graan dorst, hoopt daarvan zijn deel te krijgen.

De aarde is, zoals wij reeds aangaven, de moeder die voedt en doet leven. Sommige Afrikaanse stammen hebben de gewoonte aarde te eten om zich er symbolisch mee te vereenzelvigen. De Dogons stellen zich de aarde voor als een op haar rug liggende vrouw, het hoofd in het noorden en de voeten in het zuiden. Voor hen is zij de grote moeder, want zij bevindt zich aan de oorsprong van alle leven. Het herleven door contact te hebben met de krachten van de aarde, is sterven in de ene levensvorm om in een andere herboren te worden. In Afrika en Azië is men van mening dat het gevaar bestaat dat onvruchtbare vrouwen de grond van het gezin onvruchtbaar maken en dat hun echtgenoten hen hiervoor verstoten. Zwangere vrouwen daarentegen zullen, als zij de zaden in de voren werpen, de oogsten rijk maken. Zij zijn een bron van vruchtbaarheid. In een ingezaaide voor, verenigt Jason zich in de lente met Demeter (de Odyssee).

Voor de Azteken heeft de godin Aarde twee tegengestelde kanten. Zij is de voedster die het ons mogelijk maakt te leven van haar plantengroei. Daar staat tegenover dat zij ook de vernietigster is, want zij eist de doden op waarmee zij zich voedt. Zij ziet er echter op toe dat alles bij de geboorte - bij de oorsprong van alle dingen, bij het begin van de manifestatie - goed gaat. Ten opzichte van de wateren die zich ook aan de oorsprong van de dingen bevinden, onderscheidt men de aarde door het volgende: de wateren gaan aan de organisatie van de kosmos vooraf, terwijl de aarde levende vormen voortbrengt. De wateren vertegenwoordigen de massa van het ongedifferentieerde, terwijl de aarde de kiemen van de verschillende levensvormen vertegenwoordigt. In de algemene evolutie van de kosmos zijn de watercycli veel langer dan de tellurische [= tot de aarde behorende] cycli.


Het Water


Water is levensbron, middel tot reiniging en vernieuwing. Zuiver water wordt zowel aangewend voor de innerlijke reiniging van ons lichaam als voor de reiniging van onze uiterlijke omgeving. Het is ook een magnetisch element dat men bij sommige oefeningen gebruikt. Water, een ongedifferentieerde massa, vertegenwoordigt de oneindigheid van het mogelijke, het bevat de kiemen van de kiemen. Zich in water onderdompelen, is naar de bron terugkeren, in een immens reservoir opnieuw naar de bron gaan teneinde er nieuwe kracht uit te putten, terwijl men door een progressieve fase van herintegratie en vernieuwing gaat.

De Essenen pasten de doop door onderdompeling toe, die symbool staat voor reiniging en vernieuwing. Water is de substantiële vorm van de manifestatie; het is de oorsprong van het leven en het element van lichamelijke en spirituele wedergeboorte. Het is ook het symbool van reinheid en vruchtbaarheid. In vloeibare toestand is water geneigd op te lossen, maar in zijn homogeniteit is het samenhangend (cohesie). Water loopt naar beneden, naar de afgrond, zonder daar evenwel deel van uit te maken. Het kan zich ook uitstrekken als een kalme vlakte, of als oceaangolven met hun melancholieke geruis. In normale omstandigheden kan water (H²O) extra samenstellingen van acht tot tien moleculen vormen, zelfs indien de aantrekkingskracht zeer zwak is en gemakkelijk ontbonden raakt. De wateren vertegenwoordigen het geheel van manifestatie-mogelijkheden; zij onderscheiden zich in hogere wateren die overeenkomen met vormloosheid en lagere wateren die met de vorm overeenkomen. Deze dualiteit wordt in de iconografie met de dubbele spiraal weergegeven.

Het denkbeeld van de oerwateren van de oceaan van het eerste begin, is bijna universeel. De meeste volkeren plaatsen de kosmische macht dan ook in het water. Het is de levensadem en evenals de aarde is het ook het universele symbool van vruchtbaarheid en groeikracht. Over het algemeen is water bij alle geloofsovertuigingen het instrument van de rituele reiniging, ook voor de christenen. Het is het symbool van taoïstische wijsheid, want het is vrij en zonder gehechtheid. Het laat zich voortglijden, de glooiing van het terrein volgend; het is de maat, want te sterke wijn moet met water worden vermengd, ook al is het de wijn van de Kennis. Water, in tegenstelling tot vuur, is yin. Het heeft aansluiting bij het noorden, bij koude, de zonnewende in de winter, de nieren en de kleur zwart. Het Water van de Alchimisten kan worden beschouwd als een terugkeer naar de oorspronkelijkheid, naar de embryonale staat. In de innerlijke alchimie van de Chinezen echter zouden het bad en het wassen ook handelingen met de aard van vuur kunnen zijn. In de joodse en christelijke tradities symboliseert het water in de eerste plaats de oorsprong van de Schepping, het is de moeder en de baarmoeder, de bron van alle dingen.

Water, zoals alle symbolen, kan twee tegengestelde kanten hebben, maar deze zijn geenszins gescheiden. Deze ambivalentie doet zich op alle niveaus voor. Water dat bron van leven is, is ook een bron van dood. Het kan scheppend maar ook vernietigend zijn. In de Bijbel zijn de bronnen die zich aan de nomaden vertonen, plaatsen van vreugde en verwondering. Bij bronnen en putten vinden belangrijke ontmoetingen plaats; plaatsen waar water te vinden is, spelen een enorme rol in onze samenlevingen. In hun nabijheid wordt de liefde geboren en worden huwelijken voorbereid. De tocht van de Hebreeën en de weg van ieder mens is ontegenzeggelijk verbonden met het contact met het water. Water wordt een haven van vrede, een ware oase.


Het Vuur


Door het vuur geeft de smid leven en onsterfelijkheid aan zijn werk. Het vuur van de smidse is tegelijkertijd hemels en onderaards, het is het werktuig van de demiurg en de demon. Lucifer, de drager van het hemelse Licht, stortte neer in de vlammen van de hel: een vuur dat brandt zonder te vergaan, maar dat de wedergeboorte voor altijd uitsluit. De symboliek van het vuur komt overeen met de kleur rood, met de zomer en het hart; het symboliseert ook de hartstocht (liefde en woede). Vuur is het symbool van het mazdeïsme; in vroeger tijden bewaakten de Vestaalse maagden het heilige vuur teneinde dit zuiverende en vernieuwende vuur altijd brandend te houden. Uit het oervuur, het gesmolten magma dat vanuit de diepe lagen van de aarde haar vulkanische uitbarstingen voedt, komen rotsen, eilanden en continenten voort.

De rooms-katholieke liturgie bezingt in de Paasnacht het nieuwe vuur. Ze bezingt ook het vuur van Pinksteren, toen Christus vurige tongen op de apostelen liet neerdalen, waardoor hij hen gereedmaakte voor hun opdracht om het levende woord naar de vier hoeken van de aarde te verspreiden. "De mens is Vuur", zegt De Saint-Martin. "Zijn wet, zoals die van alle vuren, is te ontbinden en zich met de bron waarvan hij gescheiden is, te verenigen." Gedurende het offervuur van het hindoeïsme neemt Boeddha de plaats van het innerlijk vuur in dat tegelijkertijd diepe kennis, verlichting en vernietiging van het omhulsel is. De vlam vertegenwoordigt het vuur van de goddelijke ijver dat in het innerlijk van ieder mens brandt. Dit vuur moet met zorg worden onderhouden, anders wordt de mens een onverschillig wezen zonder emotie, ontdaan van ieder mededogen en getekend door een gebrek aan de goddelijke eigenschappen die zijn natuurlijk erfdeel zijn. Veel later zijn het vuur en de vlam het symbool van een zoektocht geworden; die welke de opdracht van de mens in het leven uitmaakt, dat wil zeggen, zijn zoektocht naar grotere kennis.


De Adem


De geboorte is een overgangstoestand van een staat van afhankelijkheid naar een staat van relatieve onafhankelijkheid. De adem heeft universeel de betekenis van een geboorte, van een levensbeginsel. De fysieke en ook de psychische geboorte vertegenwoordigen een te voorschijn komen vanuit een innerlijk donker gebied in een gebied van intens licht. De eerste ademtocht tekent de overgang van de staat van foetus naar die van kind; hij maakt van de pasgeborene een levende uitdrukking van de Universele Ziel. De levensadem is samengesteld uit zuurstof, maar ook uit ionen die in de samenstelling van de lucht zeer belangrijk zijn. Ze dragen bij aan een niet materiële magnetische eigenschap die ons wezen vitaliseert. De levensadem wordt naar het lichaam getrokken omdat de wet van de polariteit voorschrijft dat tegengestelden elkaar aantrekken. In overeenstemming met deze wet zoekt het lichaam van een pasgeborene - dat overheersend van negatieve polariteit is - de positieve polariteit van de lucht.

Men weet dat de ademhaling twee fasen bevat, twee ademtochten, twee polariteiten, yin en yang, evolutie en involutie, inademing en uitademing. Bij iedere inademing openbaart zich een kathedraal, een sanctum of een menhir, in zichtbare trillingen die met de zuurstof van de kosmos vermengd zijn. De uitademing is de reiniging, de transformatie van de uitwisseling van ons lichaam. Door middel van de adem brengt de zielepersoonlijkheid een verbinding tot stand tussen de eindige en de oneindige kanten van het wezen. In India is het tussengebied - de wind of de levensadem - Vayu, en de verbindingsdraad is Atma.

De structuur van de microkosmos is gelijk aan die van de macrokosmos; zoals het Universum wordt gevormd door Vayu, zo wordt de mens gevormd door de vijf krachten die zijn levensfuncties beheersen. In de christelijke traditie zal de levensadem die God aan de mens heeft gegeven niet te gronde gaan wanneer de stof terugkeert naar de aarde waaruit die stof voortkomt; de door God gegeven levensadem stijgt weer naar hem op. Voor de Kelten heeft de adem magische eigenschappen en is hij het symbool van de macht der Druïden. De adem bevindt zich tussen het tastbare en het ontastbare, tussen leven en dood, want het leven komt en gaat met de komst en het vertrek van de adem.


In het middelpunt van het labyrint


Het leven van ieder mens is een labyrint; in het midden ervan bevindt zich de dood, de overgang, maar het is niet onmogelijk dat de mens zelfs na de dood een laatste labyrint moet doorkruisen. Opperste verwarring leidt naar een gevangenschap zonder hoop. Het inwijdende labyrint heeft als functie dat de mens - met of zonder begeleiding - zijn eigen weg moet kiezen indien hij de centrale tempel wil bereiken die in hemzelf is en waar hij tot een ander leven herboren moet worden. Hij die zich ertoe verbindt de donkere spelonken van het labyrint te doorkruisen, heeft een licht in de duisternis nodig, opdat hij zijn weg kan ontdekken. De pelgrim die gedurende zijn hele leven het midden - zijn midden - zoekt, het midden van het labyrint der labyrinten, doet dit eveneens. Het labyrint wordt bewaakt door de Wachters op de drempel, gewoonlijk slangen of draken. Deze zijn op zich goed noch slecht en hun houding is altijd afhankelijk van de gesteldheid van degene die hen nadert.

Het grote labyrint van het leven bevat een aantal andere labyrinten die kleiner zijn maar toch ingewikkeld. Men doorkruist hen een voor een en iedere keer sterft men een beetje. Door een soort inwijdingsreis maakt het de toegang tot het midden mogelijk en ontzegt het deze aan hen die niet gereed zijn. De primitieve volkeren leidden een nomadenbestaan en zwierven rond; sommige volkeren doen dit nog. Toen de mens zich permanent ging vestigen, hebben alle grote godsdiensten de pelgrimstocht benut om de mens op het pad terug te brengen. Wij noemen de pelgrimstocht naar Mekka, naar St. Jacobus van Compostella, naar Lourdes en vele andere. De pelgrim is een vreemdeling in het land dat hij doorkruist, maar zijn doel is de terugkeer naar zijn bron. Het labyrint van de kathedralen is verbonden met de kosmische krachten. In die van Chartres gaat de zon op de dag van Johannes de Doper op en onder, in de naar het oosten gerichte as van de kathedraal. De labyrinten zijn driedimensionaal. De weg ligt op het horizontale vlak; het midden en de spil van de as bevinden zich op het verticale vlak.

Degene die het labyrint doorloopt, wordt tot een transformatie, tot een doortocht aangespoord die hem voedt en krachtig maakt dankzij de levensstroom van de (mythologische) slang. Volgens de kabbalistische traditie zou het labyrint een magische functie vervullen die een van de aan Salomon toegeschreven geheimen zou zijn. De benaming 'labyrint' komt daar vandaan. Het zou het beeld zijn van de arbeid, van het Werk, met zijn moeilijkheden; het beeld van de weg die gevolgd dient te worden om het midden van leven en dood te bereiken. Alleen de moedigen zijn in staat zich in de donkere bochten van het heiligdom van de spirituele verrijzenis te storten. Daartoe moet het labyrint hen echter naar hun eigen innerlijk leiden. De totstandgekomen transformatie zal blijken op de grote dag aan het eind van de reis, die van de overgang van de duisternis naar het licht, van het materiële naar het spirituele.

Het labyrint gebruikt net als de symboliek een zintuiglijk feit om een hogere waarheid uit te drukken, opdat het door de omgeving waarin het zijn invloed moet aanwenden, wordt opgemerkt. Het symbool is niets anders dan een uit tekens bestaande uitdrukking van ideeën. Het labyrint wordt samengesteld uit een wirwar van wegen, maar alleen zij die deze tekens weten te lezen, zullen hun midden, hun waarheid kunnen vinden: de waarheid van de uitverkorene die de Heilige Graal ontvangt.


Tot besluit


Men kan de eerste drie symbolen (aarde, water en vuur) niet scheiden, want zij zijn de oersymbolen en bijgevolg de bron van alle leven. Door naar het begin van de tijd en via de altijd levende symboliek terug te gaan, hebben diverse tradities tot op heden het bewustzijn bewaard van de symboliek in het algemeen en van deze drie elementen in het bijzonder. De mens, de middelaar tussen de aardse en de hemelse krachten, speelt hierbij een rol. Mijn lichaam is de microkosmos in de macrokosmos. Het bezit zeventig procent water, het levensbeginsel. Het is gevormd uit aarde. Als kern is het ontleend aan de vier elementen; de werkingen daarvan leven in mij, en zonder onderbreking leef ik in hen. De aarde is mijn vlees, het water is mijn bloed, het vuur is mijn warmte en mijn longen leven van de lucht, de levensadem die ik inadem. Dankzij de gasuitwisselingen van iedere ademhaling komt het evenwicht tot stand.

Mijn lichaam is uit deze wereld gemaakt, maar niet naar het beeld van de wereld; naar dat van God die de mens geschapen heeft en gevormd uit het stof van de aarde, die hem zijn dualiteit gaf. De mens is materie en levensadem. Mijn lichaam is het lichaam van een kosmische reiziger die de weg aflegt van de ervaring van de grote veelvormige, goddelijke manifestatie die boven tijd en ruimte uitgaat. In zijn huidige etappe is dit lichaam in contact met de natuur waarin het is ondergedompeld. Het is samengesteld uit mineralen, aminozuren en diverse bestanddelen van de materie. Het is een weergave van de microkosmos. Mijn inwijdingsweg is de weg die de oorsprong en de ware aard van iedere manifestatie tracht te vinden. De waarheid, de leidraad die ons door tijd en ruimte op zijn zoektocht meeneemt. Dit werk heeft alleen als doel belangrijke waarheden aan te roeren. Deze zijn door de eeuwen heen instandgehouden door de mystici, die ze dikwijls anoniem en via de verborgen weg van het symbool doorgaven.

Marie de Lurdes Trindade

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld