Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Klik hier om naar de webshop te gaan.

0
Registreren

INLOGGEN

Heeft u nog geen account?
Maak er hier één aan.


Bent u uw wachtwoord vergeten?
Slide01

Wetenschap & geschiedenis

Comenius - leraar en filosoof

Amos Johannes Comenius, ofwel Komensky, de grote zoon van het Tsjechische volk en de grootste pedagoog uit de 17e eeuw, had de ervaring en visie van een echte wereldburger. Het universele van zijn filosofie, die de toets van talloze welbekende humanitaire bewegingen had weten te doorstaan, zou ook heden ten dage vruchtbaar kunnen blijken, als men ze zou toepassen op de intermenselijke conflicten in de wereld. In de universaliteit van de filosofie van Comenius kunnen wij een aantal Rozekruisers-opvattingen terugvinden.

Comenius werd op 28 maart 1592 in Nivnicz in Moravië geboren. Op zijn zestiende bezocht hij de Latijnse school van Prerov en later de Universiteit van Herborn; in 1613 studeerde hij theologie aan de universiteit van Heidelberg. Na zijn terugkeer naar huis werd hij tot geestelijke en leraar van de School te Fulnek gekozen. Toen al hield hij zich bezig met de verbetering van het onderwijssysteem en het schrijven van goede tekstboeken. De gruwelen van de Dertigjarige Oorlog dwongen Comenius zijn land te verlaten. Hij vond een schuilplaats in Polen. In Lissa werd hij tot bisschop gekozen en tot onderwijsinspecteur benoemd. Hier schreef hij zijn grote werken: 'Didactica Magna' (Grote Didactiek) in 1628; 'Ianua Linguarum Reserata' (De open Poort der Talen) in 1631; 'Vestibulum' in 1632-33 en 'Pansophia' in 1637.

In 1642 treffen wij Comenius in Zweden aan en vervolgens in de Pruisische stad Elbing, waar hij zich vooral bezighoudt met het schrijven van Latijnse grammatica. Hij keerde terug naar Lissa, en werd door de Hongaarse prins Sigismond Rákóczi gevraagd om professor te worden aan het college van Sárospatak. Hier werkte hij in detail het curriculum uit voor een school die uit zeven disciplines bestond en opende hij persoonlijk de eerste drie klassen. Hij rondde hier eveneens zijn beroemdste boek af: 'Orbis Sensualium Pictus' (Een Beeld van de Zichtbare Wereld), dat in 1657 in druk verscheen. In Hongarije bracht hij vier jaar door, met rijk resultaat, waarna hij terugkeerde naar Lissa.

Toen de stad door de Polen geplunderd werd, verloor Comenius zijn gehele fortuin, zijn bibliotheek en zijn manuscripten. Wederom werd hij gedwongen de wandelstok op te nemen, en nadat hij lange tijd heel Europa had doorkruist, vestigde hij zich uiteindelijk in Amsterdam. Hier werden al zijn werken gepubliceerd onder de titel 'Opera Didactica Omnia' (Vol. I-IV). Hij stierf op 15 november 1670. Machtige gebeurtenissen en omstandigheden hebben deze energieke persoonlijkheid beïnvloed, maar ze werden op hun beurt ook weer door hem beïnvloed. Dit alles levert een netwerk van sociaal en politiek begrip op waarvan men zelfs tot op heden de effecten gewaar wordt.


Sociale omstandigheden van de vroege Renaissance


Het leven en levenswerk van Comenius valt samen met het begin van de Moderne Tijd, een periode in de geboekstaafde geschiedenis die de meest betekenisvolle veranderingen voor de mensheid met zich meebracht. Binnen de feodale maatschappij begonnen kapitalistische tendensen vorm te krijgen. Handel en bedrijf ontwikkelden zich in grote mate, en de bewoners van de steden - de burgerij - werden een belangrijke politieke factor waarop het centrale, koninklijke gezag in hoofdzaak moest steunen in zijn strijd tegen de macht van de feodale adel. De boerenbeweging ontwikkelde zich gelijktijdig met het conflict tussen de edelen en de burgerij. Op het moment dat dit gebeurde, leefden de lijfeigenen in extreem ellendige omstandigheden. Zij werden onderdrukt en uitgebuit.


De Hussitische Beweging


Jan Huss (1369-1415), de nationale held van het Tsjechische volk, was de historische verpersoonlijking van de strijd tegen de feodale en katholieke onderdrukking en tegelijkertijd de vertegenwoordiger van de bevrijding van deze onderdrukking. Zijn leringen, en vooral zijn religieuze overtuiging, hebben Comenius sterk beïnvloed. Huss verkondigde de wedergeboorte van de oorspronkelijke katholieke kerk en was een tegenstander van degenen onder de hooggeplaatste geestelijkheid die losbandig leefden; hij was in het algemeen ook tegen de Duitse adel in zijn land. Na de executie van Huss brak de Hussitische Oorlog uit. Het was een openlijke opstand waaraan de lagere geestelijkheid en het vooruitstrevende deel van de intellectuelen meededen. In wezen was dit vooral een opstand tegen de kerk en de feodale macht van de adel; men verkondigde gelijkheid en gemeenschap van goederen.


De Taborieten


De revolutionaire groepering van de Taborieten wilde een utopistische gemeenschap instellen. Zij dachten dat zij hun idealen konden verwezenlijken door middel van onderwijs, zodat zij grote nadruk legden op het onderwijs aan kinderen in het algemeen. Na de val van Tabor in 1434 stortte ook deze beweging ineen en bleef achter zonder leider.


De Tsjechische Broederschap


Deze broederschap werd in 1467 in Tsjechië gevestigd en bestond uit de restanten van de Taboritische revolutionairen. Zij eisten niet alleen een nieuwe kerk, maar ook een nieuwe staat. Volgens hen kon een ware christen nooit de rooms-katholieke kerk erkennen; feitelijk moest hij ook de feodale staat ontkennen. Deze leringen bevatten vooruitstrevende ideeën voor die tijd, omdat zij de kracht van de regerende klasse ondermijnden. Zij hadden echter niet langer de stuwkracht die zij hadden toen zij door de Taborieten werden gesteund. Comenius behoorde tot deze beweging en leidde de broederschap lange tijd. Na de slag bij de Witte Bergen in 1620 zetten de Habsburgse overwinnaars en de terugkerende rooms-katholieke Kerk een genadeloze vervolging van de Tsjechische broederschap in, en zonden vele broeders in ballingschap. Zo werd Comenius samen met 30.000 van zijn lotgenoten een verstotene, een vluchteling.

Comenius volgde trouw de taboritische tradities, al bevatten zijn standpunten bepaalde verzoenende gedachten. De revolutie had gefaald, zij had haar stuwkracht verloren, en de oorlogssituatie dwong de leiders zich over te geven. Comenius vocht niet langer openlijk tegen het feodale systeem, maar probeerde het in plaats hiervan van binnenuit op te blazen, dat wil zeggen, met behulp van een zich snel verspreidende educatieve hervorming. Hij beschouwde de sociale orde als een historische noodzakelijkheid - door God ingesteld - die alleen door middel van onderwijs bereikt kon worden.


Renaissance-filosofie


De Renaissance-filosofie schiep aan het begin van de moderne tijd, als gevolg van de snelle opkomst van de natuurwetenschappen, een moderne natuurfilosofie die op de oorspronkelijke filosofie van Plato gebaseerd was. De studenten in die tijd stonden diametraal tegenover de verouderde leringen van de Kerk en de in elkaar stortende sociale orde van het feodale stelsel.


Een wereldwijde visie


Comenius verwees in zijn werken steeds meer naar Plato en Aristoteles. Hij was goed bekend met het werk van de filosofen uit de Oudheid, maar ook de voor die tijd moderne filosofen Campanella en Vives beïnvloedden hem aanzienlijk. Bacon's filosofie die de stelling bevatte dat de natuur een positieve kracht is, oefende grote invloed op Comenius uit. "Natuurwetenschap is de ware wetenschap", zei Bacon. Bacon veroorzaakte een soort revolutie in de wetenschappelijke denkwijze toen hij de deductieve methode verwierp en de inductieve methode ging beschouwen als de enige methode om kennis te verwerven. Volgens hem is alleen die ervaring werkelijk, welke door innerlijke perceptie is verworven. "Kennis is macht", verklaarde Bacon. Comenius eiste een nieuwe, universele, ware filosofie. In zijn leringen over de oorspronkelijke christelijke doctrine zocht hij naar de fundamenten van de waarheid. Hij ging van het standpunt uit dat de sociale verschillen voortkomen uit de verschillen tussen de filosofische en religieuze ideeën van de mens, en dat wanneer wij erin zullen slagen de eenheid van idee voor de mensheid te realiseren, deze verschillen zullen ophouden te bestaan.

De grote verdienste van Comenius is, dat hij het filosofische onderzoek leidde naar de kennis der waarheid en ernaar streefde het resultaat van deze onderzoekingen in een uniform systeem op te nemen. "Wij moeten ernaar streven dat de mensheid haar vrijheid van gedachte, vrijheid van godsdienst en burgerlijke vrijheid herwint. Wat de strijd voor vrijheid betreft, kunnen wij gerust zeggen dat dit de grootste drijfkracht is die de mens is aangeboren en gedurende zijn leven onafscheidelijk met hem verbonden is. Laten wij daarom de mens leiden naar vrijheid, hem bevrijden van alle dwingende dogma's, cultussen en blinde gehoorzaamheid", schreef Comenius. Zijn grootste wens was: "[...] dat deze laatste hervorming die wij begeren, snel vorm zal krijgen, omdat dit een einde zou maken aan alle strijd tussen mensen en overtuigingen, en allen bijeen zou brengen als aanhangers in één groot kamp waarin het christendom verenigd is. Laten wij geen volgelingen van Plato, Aristoteles, de Stoïcijnen et cetera zijn, maar laten wij filosofen zijn. Laten wij geen lutheranen, calvinisten, katholieken et cetera zijn, maar laten wij liever christenen zijn. Laten wij geen Oostenrijkers, Spanjaarden en Fransen zijn, maar laten wij, waar wij ook leven, goede burgers zijn van de vrije wereldstaat. Laten wij vrij zijn en laten wij in vrijheid de menselijke samenleving dienen." (citaat uit 'De ordening van alle dingen'.)


Wat waren de vernieuwingen van Comenius in vergelijking met zijn voorgangers?


Comenius was een van de meest vooruitstrevende denkers van zijn tijd. In zijn werken vocht hij zowel voor het geluk der mensheid, voor de vrijheid van het individu en van alle volken, als voor de vriendschap der naties en de wereldvrede. Hij geloofde dat zijn ideeën verwerkelijkt konden worden met behulp van algemene ontwikkeling voor iedereen. In de werken van Comenius was filosofie niet langer de ancilla theologiae (de dienstmeid der theologie) maar haar zuster; al zijn onderzoekingen waren erop gericht bekend te worden met het leven op aarde en de natuur. Hij verklaarde dat alleen kennis de mens tot mens kan maken.


Wat is Pansofia?


Onder Pansofia verstond Comenius een systeem van wetenschappelijke kennis die in de loop van de eeuw verzameld en beproefd was. Hij zei: "Ik noem Pansofia de wetenschap die dienst doet als een levende spiegel van de wereld, en waarin alle dingen met elkaar verbonden zijn." In zijn jeugd maakte Comenius plannen om zijn pansofische ideeën te vereeuwigen in één enorm werk. In 1612 schreef hij een werk dat hij Theatrum Nivesersitatis Rerum (Het Schouwspel van de Algemeenheid der Dingen) noemde; hij was van plan hiervan een 28-delig werk te maken. Volgens hem was het ultieme doel der Pansofia:

- het verenigen van de mensheid volgens de ethische principes van de Christos; - het einde van de sociale verschillen tussen de mensen onderling; - (hieruit voortkomend) het scheppen van een sociaal evenwicht.

Comenius wees de waarneming aan als het beginpunt voor filosofische kennis. Hij gaf toe dat er een objectieve buitenwereld onafhankelijk van ons bewustzijn bestaat, maar hij zei dat deze door God geschapen is. De basis en het uiteindelijk doel van alles wat bestaat, is God (Omnia sunt; Deus, mundus, homo). De goddelijke kracht en goddelijke orde kan in alles gevonden worden. Elke gedachte vindt haar oorsprong in God, de eerste ideeën zijn eveneens in God, en hij maakt dat deze ideeën tot vormen worden. Het voorwerp maakt een indruk van zijn beeld op de zintuigen; de zintuigen leiden het het bewustzijn binnen; het denkvermogen drukt de gedachte uit via de tong; en de tong brengt deze gedachte over naar de denkvermogens van anderen. Alles in de Natuur heeft een reden; en dit moet door middel van wetenschappelijke observatie en denken, uitgaand van de natuurlijke wetten, bevestigd worden. Zulke ware kennis voert de logische denkers tot een bovennatuurlijke kracht - tot God.

Volgens Comenius bestaat de wereld uit drie principes: materie, licht en geest. Materie en licht bevechten elkaar voortdurend, maar kunnen in wezen uit zichzelf niets voortbrengen, want het is de geest die de verschillen tussen materie en licht in evenwicht brengt en de harmonieuze verstandhouding tussen beide verzekert. De drie principes staan niet los van elkaar, maar vormen een onafscheidelijke eenheid in ieder ding; dat wil zeggen, zij vormen de werkelijke essentie der dingen. De hele Kosmos wordt doordrongen van levengevende geest ofwel Levenskracht.

Volgens Comenius bezitten alle levende wezens een ziel, maar zij zijn niet alle even volmaakt. De dieren verschillen van de planten door beweging, terwijl de mens van de dieren onderscheiden kan worden door zijn vervolmaakte ziel. Ook de mens bestaat uit drie principes: lichaam, ziel en geest. Het lichaam is slechts een instrument om de ziel in staat te stellen zich volmaakt uit te drukken; het bevordert dat de ziel zich op het eeuwige leven voorbereidt. Volgens Comenius is de mens "een microkosmos, een geconcentreerde vorm van de macrokosmos van het grote Universum." Comenius was een objectivistische idealist, vol theologische en utopische idealen. Toch was hij de meest vooruitstrevende denker van die tijd, want hij was niet alleen de grondlegger van de moderne pedagogie, maar verrijkte ook op het gebied van de filosofie het menselijke denken met vele nieuwe opvattingen en methoden.

Francis Kordas, F.R.C.

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld